Ongelijkheid en participatie

Door: Jan Wijma

pinocchio_01Is het waar dat in Nederland de ‘gelijkheid’ heerst? Met name een bestuurlijke elite doet er alles aan Nederland neer te zetten als het land van de gelijkheid. Opvallend is echter wel dat in de discussies de inkomens uit bezit graag vermeden worden. De angstvalligheid om daarover te praten is ook wel enigszins verklaarbaar want rijkdom mag dan van alle tijden zijn, het roept eeuwig ook op tot nare kwalificaties en betwisting.

Ook opmerkelijk is dat voorstanders van grote inkomens variatie vaak de uitwassen van rijkdom in andere landen aanhalen. Afleidende beïnvloeding, die er mijn inziens helemaal niet toe doet. Want wat zouden wantoestanden in den vreemde kunnen toevoegen aan de recht- of onrechtvaardigheid van de inkomensverdeling in Nederland? Ten onrechte is dan de beeldvorming ontstaan alsof Nederland een egalitaire staat is. De werkelijkheid laat echter zien dat er wel degelijk financiële ongelijkheid in Nederland bestaat. Vele bezitters van een dunne portemonnee kunnen daar toch niet te lang bij stil blijven staan want hun directe belang is het succes in de strijd tegen de alledaagse schaarste.
Die opgave wordt overigens steeds moeilijker want sinds het begin van de crisis stapelen de lasten zich gestaag op. Daarentegen zien we dat de langdurige crisis zonder al te veel problemen aan rijke en vermogende mensen voorbij is gegaan. Veelal zijn hun bezittingen gewoon weer toegenomen. De vermogensgroei zorgt dan ook dat de tegenstelling arm en rijk in Nederland groter wordt. Een herkenbare illustratie van de ongelijkheid laat zich zien in de bebouwing van allerlei bestemmingsplannen. Het ‘eigen huis’ spreekt me echt wel aan, maar de verschillen van huisvesting zullen mij toch niet alleen opgevallen zijn? Van prefab tot designvilla. Uiteindelijk bepaalt het inkomen van de huiseigenaar – met de overheidshulp – waar en hoe ruim er gewoond wordt.

De verschillen van de hoeveelheid overheidssubsidie staan dan ook model voor ongelijkheid. Wat denkt u eigenlijk als het gaat om de waardering van de arbeidsuitoefening en de daarbij behorende beloning? De vraagstelling op zich geeft overigens al aardig aan waarom niet werkenden, zoals gepensioneerden, dan ook al jaren tevergeefs wachten op een indexatie van hun pensioen. Maar het kan tegenstrijdiger in Nederland! Waarom dienen schoonmakers drie maanden bij nacht en ontij te protesteren om amper meer dan een ‘habbekrats’ binnen te halen? Een groot succes, de vervanging van inhumane arbeidsvoorwaarden en enkele dubbeltjes per uur meer wordt op grootse wijze gevierd. Toch steekt dat toch wel schril af tegen de efficiënte aanpak van vele (interim)managers en bestuurders die doorgaans looneisen en strijdwijze van mensen als corveeërs te hoog en ongepast vinden. Onbeschaamd weten zij zich binnen een handomdraai voor hun ‘waardevolle’ diensten vele duizenden euro’s toe te eigenen. En dragen al die consulting bureaus niet meer bij aan financiële ongelijkheid dan aan de werkelijke economie van Nederland? Want ondertussen raken we er al aardig aan gewend dat verrijking gewoon een creatieve manier van inkomensgaring is in kringen waar vooral het driedelig grijs heerst.

De meeste mensen zijn trouwens vanwege hun geringe inkomen niet eens in staat om maar enig bezit op te bouwen, laat staan dat zij uit een vermogen rendement kunnen genereren. Met nog meer ongelijkheid doet de EU ook een duit in het zakje. Bij ‘vrijheden van arbeid en kapitaal’ in de EU denk ik dan vooral aan robotisering en de wanhopige verdringing op de arbeidsmarkt. De factor arbeid wordt in de Unie vooral gezien als een ordinaire kostenpost. Op termijn lijkt de robot samen met vele vormen van slavenarbeid al die vervelende kostenposten te vervangen. Het is mijn inziens meer dan aannemelijk dat de druk op arbeid en lonen de kloof tussen arm en rijk groter laat worden. En helaas mag dan ook verwacht worden dat mede door ‘moderne’ arbeidsvoorwaarden en snellere ontslagprocedures de werkloosheid toeneemt. Met name voor ouderen wacht na een korte werkloosheidsuitkering vaak een uitzichtloos en armoedig bestaan. Kortom: door groter wordende inkomensverschillen en een armoedeval zal behalve het aanzwellen van financiële ongelijkheid ook een sociale ongelijkheid in Nederland ontstaan.

Belastingheffing

Dat in Nederland bovenal gelijkheid bestaat voor inkomens uit arbeid is mijn inziens ook maar ten dele waar. Rekensommen tonen aan dat bij een modaal inkomen na belastingheffing en andere noodzakelijke betalingen er niet veel centjes overblijven. Mensen daarentegen met inkomens van anderhalve ton kunnen indien ze zich onthouden van een roekeloze levensstijl duizenden euro’s per maand opzij leggen. Natuurlijk ben ik als zovelen bevooroordeeld als het gaat om het duiden van grootheden. Maar maandelijks niets of duizenden euro’s opzij te kunnen leggen geeft toch een behoorlijke mate van ongelijkheid aan. De overheid legt niet alleen de zwaarste lasten op de sterkste schouders. Neen, zij wil natuurlijk ook beschikken over een deugdelijk instrument om schandelijke inkomensverschillen glad te kunnen strijken. Naast een progressief belastingstelsel voelt die overheid zich als een hoeder om mensen met een laag inkomen tegemoet te kunnen komen. Op deze manier corrigeert de overheid en werkt zij mee aan een evenwichtige inkomenspolitiek.

Maar we zien dat de tijden zijn veranderd! Mede door de tomeloze inzet van de PvdA trekt de overheid zich geleidelijk aan terug en belanden we in een Participatie Staat, de ‘doe het zelf’ samenleving. Daar waar de mensen veel op zichzelf zijn aangewezen. Ook kunnen we vaststellen dat in de laatste decennia vanwege liberalisering een veelheid aan arbeidsbeloningen is ontstaan. Maar behalve die variatie hebben de private vrijheden ook geleid tot schandelijke arbeidsbeloningen. Het prachtige instrument van de progressieve belastingheffing verliest dan ook veel van zijn werking om al die roekeloze beloningen te kunnen beteugelen. Verder meenden politici het toptarief van 72 procent inkomstenbelasting stapsgewijs terug te moeten brengen naar 52 procent. Die maatregelen ingegeven door neoliberalisme en hebzucht zijn mede bewerkstelligd door de opstelling van de PvdA en betekenden de facto een grotere ongelijkheid in Nederland. Het weinige sociale gedachtegoed van een ambitieuze staatssecretaris leidde in 2001 tot het vriendelijke dienstbetoon aan rijke mensen.

Binnen de PvdA bestaat echter niet veel waardering meer over die weinig vooruitziende blik want na goed 10 jaar prijkt een herinvoering van 60 procent inkomstenbelasting weer in het verkiezingsprogramma. Maar hoe verhoudt zich die flinkheid dan met het voornemen van het kabinet Rutte ? om het belastingstelsel te hervormen en te willen komen met een toptarief inkomsten belasting van 49,5 procent? Trouwens die toptarieven in de inkomstenbelasting voor hoge inkomens zeggen niets over de werkelijke belastingdruk. Mensen met een hoog inkomen behoeven niet echt vindingrijk te zijn om hun netto salaris op te vijzelen.

Afscheid van verzorgingsstaat

De gedachtegang dat de mens in zijn eentje kwetsbaar is en niet altijd in het broodnodige kan voorzien heeft er mede toe geleid dat Nederland zich na de oorlog is gaan ontwikkelen tot een verzorgingsstaat. Door het solidariteitsbeginsel ontstonden er collectieve volksverzekeringen en kwamen vele sociale voorzieningen tot stand. Het systeem heeft Nederland en haar burgers veel voorspoed gebracht. Maar de verzorging van de wieg tot het graf geldt allang niet meer als een onomstreden verworvenheid. Er wordt beweerd dat de kosten niet meer in de hand zijn te houden en bovendien keren steeds meer goed verdienende mensen zich tegen betutteling. Zij zien hun bijdrage voor die verzorgingsstaat louter als een aanslag op hun portemonnee. Maar men dient zich te realiseren dat door het wegvallen van sociale zekerheden de ongelijkheid zal toenemen. Voor aanvulling van pensioentekorten, kosten van ziekte en ouderdom zal men zelf een bezit moeten opbouwen. Het is maar de vraag of iedereen na afdracht van alle primaire lasten zich dat kan veroorloven. Niet onwaarschijnlijk lijkt mij dat de beoogde zelfredzaamheid en participatie ook vele mensen onverschillig maakt en zal aanzetten tot onwettig gedrag. Maar de PvdA zal voor al die ongemakken wel een oplossing weten? Ook de invloed van de marktwerking in zorg gaat Nederland niet ongemerkt voorbij. Om te zeggen dat het de consument alleen profijt oplevert gaat veel te ver. Wel zijn de topsalarissen naar verhouding nog harder gestegen dan het eigen risico voor ziektekosten. Verder zal in de nieuwe Participatie Staat een groot leger van armen en horigen rondstruinen met een toplaag van vermogenden. ‘De nieuwe aristocratie van Nederland’. Weliswaar geen adel maar rijken met aanzien die behalve macht ook hun fortuin voor aantasting willen behoeden en zij weten maar al te goed dat je voor geld zelfs de duvel kunt laten dansen.

Stelling

a.. In algemene zin kan gesteld worden dat de PvdA als sociaal democratische partij niet alleen veel te meegaand is geweest in privatisering en liberalisering maar bewust bij draagt aan vrije markteconomie en de ontmanteling van de verzorgingsstaat.

b.. Door kortzichtigheid, onwil en gebrek aan lef valt een snelle correctie op verder gaande financiële ongelijkheid niet te verwachten.

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s