Stille Klassenstrijd

money-158908_1280
Stille Klassenstrijd

Door: Tom van Doormaal

Er zijn twee manieren om private eigendom te schenden: de eerste is de manier waarop de armen de rijken plunderen: onverhoeds en gewelddadig. De tweede is de wijze waarop de rijken de armen plunderen: traag en legaal.
Het verlies aan zekerheden en veiligheid voor de “kleine inkomens” is geen natuurverschijnsel, maar een product van decennia van politiek handelen. Het had ook anders gekund: links heeft niet goed gewerkt. De sociale en egalitaire krachten zijn in het defensief.
Het begrip stille klassenstrijd past. In 2.4 miljoen corporatiewoningen wonen ongeveer 4.5 miljoen stem- gerechtigden. Zij worden geraakt door het huurbeleid, door de verhuurdersheffing, maar ook door veranderingen in het huurrecht.
De bedoelingen zijn die van het marktgeloof: meer opbrengst voor de eigenaar, minder bescherming voor de huurder, meer markt en minder overheidsinterventies. Onze partij doet er aan mee, aan de verkeerde kant. De huurders snappen dat heel goed. De peilingen laten dramatisch verlies voor de PvdA zien: “dagkoersen” schamperen de zittende politici. Laten wij nadenken.

Kapitalisme voor velen?
Als ik uit de provincie ergens kom praten, moet dat educatief zijn. Dus ik heb een boek meegebracht van Robert Reich, Saving Capitalism. Hij was minister van arbeid onder Bill Clinton en fileert het marktdenken. Ook mijn openingszinnen komen uit dit boek.
Hij geeft zeer overtuigend verweer tegen de mythe van de vrije markt, die niets in de weg moet worden gelegd.

Bouwstenen van het kapitalisme zijn:
– Eigendom: wat mag je bezitten? (denk aan auteursrecht)
– Monopolie: hoeveel marktmacht mag je hebben? (prijsafspraken)
– Contract: wat mag je kopen/verkopen? (je organen of kinderen niet…)
– Bankroet: wat gebeurt er als er niet wordt betaald?
– Dwang: hoe handhaven we de regels?

Op al deze onderwerpen is de overheid voortdurend regels aan het verfijnen, bijstellen en veranderen en daarom vragen wij ook. Een volledig vrije markt is een fictie.

Effectief beleid
Wat is nodig voor effectief beleid? Een goede balans van verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden. Een goede samenhang tussen regulering en uitvoering. Samenhang tussen willen en weten.
Wat zit ons in de weg? Ik denk een ideologische strijd over de relatie tussen markt en private belangen en de overheid. In de EU heeft deze polariteit postgevat. Wat is een hybride organisatie? Het moet privaat of overheid zijn: een toegelaten instelling, die publieke belangen dient, maar als ondernemer functioneert, kan eigenlijk niet. (zie Hans Blokland)
Onze sociale woningbouw dateert van 1901: de reguleringsniveaus (huisvesting ‘rijkszaak en gemeentetaak’) kregen heldere rollen, de uitvoering werd goed geregeld (corporaties) en de instrumentatie bedacht. (leningen, huur en subsidiebeleid) De wereld was/is jaloers op ons.
Wat ging er mis? Aanpassingen waren talrijk tijdens de afgelopen 115 jaar, maar de laatste decennia raakten we belangrijke sporen bijster.

Misvattingen
Ik noem een aantal misvattingen: ze hangen soms samen en versterken elkaar.
1. Schaal; groter is efficiënter en professioneler dachten we, maar onderzoek zet daar veel vraagtekens bij. Dat geldt voor zorg, onderwijs, woningcorporaties en gemeenten.
2. Sturingsopvattingen; met goed toezicht en gedetailleerde regels uit Den Haag gebeurt dat wat wenselijk is, dachten we. Dat is meestal niet zo.
3. Professioneel; directeuren/managers moeten we hebben en professionele leiding gaat niet met een achterban van leden, dachten we. De bezoldigde bestuurder en die achterban schaften wij dus af. (Marcel van Dam) Gevolg: legitimiteitsproblemen.
4. Marktconformiteit; iets doen voor de lagere inkomens is goed, dachten we, maar wel “marktconform”. Maar sociaal beleid moet geen geld opbrengen, maar mag wat kosten.
5. Vennootschapsbelasting; iets sociaals doen, maar dan wel de normale marktpositie nastreven is een contradictie. Maar we schaften de fiscale voorkeurspositie voor corporaties af. (Wouter Bos, Vpb)
6. Verhuurdersheffing; het Rijk had behoefte aan geld, maar dat lukte niet zo goed (de Vogelaarheffing). Met een normale belasting lukt dat nu wel. Nu belasten we een gesubsidieerd product: rondpompen van geld. Ik zeg: de enkels aan elkaar binden en dan boos zijn dat we geen sprintje willen trekken.
7. Contradicties; taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn verward geraakt. Zie b.v. het huurbeleid: de minister wil de heffing, de corporaties moeten daarvoor hogere huur vragen, de minister geeft daarvoor wel de ruimte. De huurders protesteren bij de verhuurders, het verkeerde adres.

Politieke discussie
Wat is nu het probleem? We praten hierover niet in politieke termen. Ook nu hoor ik weer niemand over de gemeente spreken, maar mensen moeten met hun buren hun problemen oplossen.
Twee jaar geleden vroeg een PB-lid mij mee te doen aan een werkgroep voor een nieuwe programmatekst voor het wonen. Ik schreef in twee mails aan het doorluchte gezelschap waarover het volgens mij moest gaan. Ik besloot niet mee te doen toen die visie geen enkel effect had.
De groep ging aan de slag. Ik volgde de inhoud via de werkgroep huurders. Het was verbazingwekkend om te zien hoe gretig men zich stort op de operationele kant, de instrumenten van beleid, terwijl de principiële discussie niet of nauwelijks wordt gevoerd. Ook verbazend: weinig besef van het privaatrecht. Binnen de PvdA leeft het gevoel dat het vermogen van de corporaties ons toe behoort, maar dat is juridisch toch echt niet zo.
Soms wordt iets goeds geroepen, b.v. dat de gemeenten hun rol moeten vervullen, maar dat betekent niet dat de lokale overheid zeggenschap heeft over de financiën van corporaties. En die roep komt misschien vooral, omdat ik daarvoor pleit.

De partij vindt dat een huurquote benadering wenselijk is. Ik heb daar geen bezwaar tegen, alleen is ons dat de laatste eeuw niet gelukt. Kan inkomens-gerelateerde huur wel op een vrije markt? Hoe valt die gedachte bij mogelijke coalitiepartners? Ik heb niet het idee dat links nu erg sterk is dus ik vraag het maar.
De PvdA zal de ruimte moeten vinden om over het wonen een serieus debat aan te gaan en daarbij de discussie uit het verleden moeten betrekken. De straf als dat niet lukt is vervreemding van ongeveer 4.5 miljoen potentiële kiezers.

Aangrijpingspunten
Mijn boodschap is dat wij bijna niets goed doen. Dat is vervelend aan het begin van het nieuwe jaar. Ik heb niet “het recept”, maar wel een aantal punten waarop de discussie kan worden gericht. Sommige daarvan deel ik met de werkgroep van het PB, andere niet.

a. Ik zou kiezen voor een radicale decentralisatie van de volkshuisvesting, maar niet haastig. De decentralisaties in het sociaal domein zijn te gehaast en te veel onder druk van bezuiniging doorgevoerd, met improvisaties en systeembreuken als gevolg. Dat is niet de goede route. Een goede opvolger van de woningwet van 1901 zou in 2020 er kunnen zijn.

b. Die decentralisatie vraagt om nationale kaders voor gemeenten die veilig en beschermend zijn voor de huurders, want daar was volkshuisvesting voor bedoeld:
– Voor het huurbeleid en huurprijsbeleid
– Voor de huurbescherming
– Voor garanties voor lage inkomens (huurquote-huurtoeslag).

c. Lokale binding en betrokkenheid van huurders en woningzoekenden wordt versterkt door:
– Een terugkeer van de omschrijving van het werkgebied in de corporatiestatuten;
– Een terugkeer van de achterban door verenigingen en/of coöperaties;
– Een herstel van kleinschaligheid/ limitering maximale omvang van organisaties.

d. Het thema “marktconform” wordt opnieuw geagendeerd, want:
– De level playing field discussie bedreigt onze uitvinding van ‘toegelaten instelling’; het onderscheid DAEB en niet-DAEB is er een voorbeeld van;
– Marktwaarde in de corporatie-administratie is nutteloos en versterkt de tendens tot uitverkoop; zolang beleidsconforme kasstromen worden gerealiseerd is een beeld van marktwaarde overbodig. (Peter van Os)
– De markt is niet per definitie slecht, als er een effectieve huurtoeslag bestaat voor de laagste inkomens.

e. De sociale huursector heeft aan een tegenstelling met de koopsector bijgedragen, die niet goed is. Maar de waarde van een op gelijkheid gerichte samenleving is onbetaalbaar. De gedachte aan een woontoeslag, die ook kopers kan begunstigen, heeft alleen zin wanneer de vrede van de langdurige afbouw van de HRA wordt verstoord. Een dergelijke toeslag kan de sectorale scheiding opheffen en effectief beleid inhouden.

Lokale politiek
Wie denkt dat de sprong naar de lokale politiek simpel is, moet ik teleurstellen.
In mijn geheugen als VROM ambtenaar is de afwezigheid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten opvallend, maar ook beschamend. Strategisch is de VNG van groot belang voor het vormen van bruggen tussen verschillende politieke overtuigingen. Lokaal worden immers politieke verschillen overbrugd die in Den Haag juist worden verdiept?
Het doet denken aan het pacificatiemodel (Lijphart) op zijn kop: aan de top worden verschillen geaccentueerd, die juist lokaal en regionaal soepel worden verwerkt. Mijn stelling is dat wij de stadstaat Nederland te centralistisch besturen. Professor Zef Hemel ziet het als een gevolg van de crisis uit de jaren dertig: en de wederopbouw, zeg ik er bij. Hemel denkt dat Amsterdam in alles moet verdubbelen, maar voor alles is Den Haag nodig; dat remt enorm.
Een probleem is ook dat centralisme gemakkelijker is dan regie over decentraal bestuur. Alle politiek is lokale politiek: mensen moeten hun zaken met elkaar regelen. Dat klinkt als een cliché, maar een groei van een lokaal belastinggebied en een beperking van departementale sturingsdrift zou veel kunnen betekenen. In Den Haag is de overheersende idee dat men in de provincie niet goed snik is. Dat lijkt me overdreven. Den Haag moet doen wat moeilijk is: kaders geven, zorgen dat de woningmarkt beheerst en sociaal gaat functioneren. Dat moet niet door micromanagement maar door globale en simpele ingrepen. De politicologie noemt dat “veldcontrole”. (Dahl en Lindblom)

Wat mijn programma is:
– Een hernieuwde plicht voor corporaties een werkgebied in de statuten te definiëren;
– Een maximale omvang van corporaties (bv. 10.000 VE);
– Een gemeentelijke taak de lokale huisvesting te regelen (inclusief toezicht);
– Een fundamenteel debat over financiële autonomie van gemeenten;
– Ontwikkeling van minimale normen ter bescherming van de sociale doelen;
– Politieke aanvaarding van niet marktconformiteit in deze sector;
– De tegenstelling markt-overheid niet overdrijven, nieuwe ruimte voor hybriditeit;
– Eenvoudige wetgeving van het rijk, maar eenvoud is niet eenvoudig.

Ik geloof dat ik geloof in kleinschaligheid.


*) Robert B. Reich, “ Saving Capitalism, fort he many, not the few”, New York, 2015
*) Hans Blokland, “Een lange leegte” Kampen, 2008 (p.211-235)
*) Robert A. Dahl and Charles E. Lindblom, “Politics Economics and Welfare”, Chicago, 1976

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s