Hoe kan de Partij van de Arbeid zich weer oprichten?

PvdA-Logo
Door: Bert Dijksterhuis

De partij verkeert in een hachelijke situatie. Prominente partijleden doen daar, vooral als zij in het openbaar daar een mening over moeten geven, luchthartig over terwijl zij niet kunnen ontkennen dat de partij er slecht voor staat. Een opvallend voorbeeld was te zien in het optreden van de partijvoorzitter in Buitenhof, enkele weken geleden. Hij wrong zich in de onmogelijkste bochten om te ontkomen aan een antwoord op de vraag welke fouten de PvdA heeft gemaakt waardoor zij in de huidige situatie is terecht gekomen. Maar het is toch niet zo moeilijk om een antwoord op die vraag te geven. Ieder ander buiten de partij en iedere kiezer die ons verlaten heeft kan het zo vertellen.

We kunnen er lang en kort over delibereren, een feit is dat we er beroerd aan toe zijn. Maar belangrijker is het vinden van een antwoord op de vraag hoe we de benen er weer onder krijgen. De sociaal democratie is te belangrijk om daar niet voor te vechten. Hieronder geef ik aan hoe we naar onze problemen kunnen kijken en welke aanknopingspunten we hebben om onze weg weer te vinden.

Een centraal gegeven daarbij is dat wij hoog moeten inzetten op communicatie om de inhoud aan de man te brengen. Communicatie is als het bloed in ons lichaam; alles is communicatie en dat moeten we heel goed gaan doen.

Enkele kenmerken van de omgeving en de situatie waarin de partij verkeert
(omgevingsfactoren):

  • verzwakt na drie verloren verkiezingen;
  • onze traditionele achterban is grotendeels verloren gegaan; er is daar sprake van brede en diepe teleurstelling;
  • in de peilingen staan wij al lange tijd rotsvast op een schamele 9 a 12 zetels in de Tweede Kamer; een veeg teken;
  • breed verlies aan vertrouwen in het politieke en bestuurlijke establishment;
  • kiezers zwenken massaal rechtsaf naar het populisme; er zit een grote ergernis in de samenleving;
  • er is alom een gevoel van onzekerheid over en vrees voor ontwikkelingen die als bedreigingen worden ervaren, zowel nationaal als internationaal;
  • de samenleving wordt in een hoog tempo ingewikkelder met accenten op de verkeerde plekken ( economie en technologie); de factor mens bungelt achteraan;
  • er wordt één probleem opgelost, er komen er twee voor terug; veel problemen worden niet echt opgelost;
  • het neoliberalisme wordt in het kabinet als veruit dominant ervaren; de sociaal democratische inbreng is versluierd, onvoldoende en wordt slecht aan de man gebracht;
  • tanende interesse voor het lidmaatschap van een politieke partij;
  • overal in Europa verliest de sociaal democratie veel terrein;
  • er zit weinig durf, lef en moed in het leiderschap in de politiek.

Wat deden wij fout.

Als we zelf daar een antwoord op willen vinden is een kritisch zelfonderzoek nodig. Dit hoeven we niet te laten, maar we kunnen het ook de kiezer vragen. Die hoor ik zeggen:

  • de PvdA heeft ons in de steek gelaten;
  • de PvdA is niet herkenbaar als een partij die voor ons opkomt;
  • de PvdA doet mee met rechtse spelletjes;
  • kiezers die altijd op de PvdA gestemd hebben verkeren in vertwijfeling of ze dat moeten blijven doen; maar tegelijk hebben velen van hen tegenzin om naar een andere partij over te lopen;
  • onze “goede werken” worden niet herkend; eerder is het tegendeel het geval en krijgt de coalitiepartner de credits;
  • wij betoonden ons niet solidair met onze doelgroepen die de straat op gingen ( zorgwerkers, ouderwijzers, politie, schoonmakers);
  • werken wij nog wel voor de kiezers waarneembaar vanuit de sociaal democratische beginselen?
  • wij zijn communicatief zwaar tekort geschoten;
  • de PvdA is arrogant;
  • wij zijn nalatig geweest in het overdragen van onze beginselen en moreel erfgoed aan volgende generaties;
  • wij verstaan en spreken niet meer de taal van de man in de straat.

Wat deed de kiezer fout?

De kiezer heeft weliswaar altijd gelijk, maar dat gelijk heeft een verdacht laag soortelijk gewicht. Wat is een kiezer waard als deze slechts lijkt te koersen op oppervlakkige kreten en op de waan van de dag en daardoor van hot naar haar zwalkt door het partijenspectrum heen. Het doet denken aan het gedrag van de kinderen die zich lieten verleiden door de rattenvanger van Hameln. Kijk maar naar de halteplaatsen in de beweging van de massa in de verstreken jaren van deze eeuw: LPF, PvdA, (ooit 60 zetels in de peilingen), SP, PVV. Het is de massa worst , men rent als een kip zonder kop van links naar rechts. Wat zijn kiezers met zulk gedrag nou waard in een democratie? Wat heeft zulk gedrag überhaupt nog met democratie van doen? Hebben mensen wel goed begrepen wat democratie eigenlijk inhoudt en wat voor eisen dat aan elke burger stelt? En welke gevolgen het op korte en langere termijn het gaat krijgen als je daar zo achteloos mee omgaat als op dit moment op grote schaal gebeurt? Ik vrees hier een groot probleem.

Wat te doen

In weerwil van alle tegenwind en hindernissen moeten we aan de bak. Als we als een sociaal democratische partij willen worden herkend is de vraag aan de orde of we dat wel kunnen opbrengen; dat vraagt best wat. Als we daar uit zijn, moeten we gewoon aan het werk. Gelukkig heb ik onlangs het begrip “permanente campagne” voorbij zien komen. Campagne kan geen andere betekenis hebben dan communiceren met alle doelgroepen. Dat moet worden vertaald in een professioneel communicatieplan dat regelmatig wordt geëvalueerd.

Om een goed plan te maken is het nodig te kijken hoe het is gegaan zonder een communicatieplan. Daar ben ik kort over: gebrekkig en slecht. De situatie is dat wij voor het overbrengen van ons verhaal geheel afhankelijk zijn van de journalistiek (andere partijen trouwens ook); we zijn overgeleverd aan de luimen van het journaille. Dat betekent dat wij er niet de baas over zijn hoe en wat van ons verhaal de wereld in komt. Dat kan maar een ding betekenen: wij moeten zelf onze publiciteit en informatievoorziening organiseren. Een agendapunt op zich, dat tijd vraagt. Er hangt veel, zo niet alles van af. Ik zou willen dat Samsom het lef heeft om niet meer mee te doen aan die onzinnige lijsttrekkersdebatten. Daar kunnen we nu al mee beginnen; dan kan iedereen er al vast aan wennen en is het des te gemakkelijker om straks te zeggen dat Samsom niet komt en niet meer meedoet aan die onzinnige secondendebatjes.

Wat wij niet goed doen ( mede door de afhankelijkheid , maar ook doordat er geen besef is van het belang ervan) is uitleggen, informeren en voorlichten over de dingen die we doen ( standpunten, visies, wetten, maatregelen, programma’s, etc. ). Niemand doet dat trouwens. Hier ligt ook een oorzaak waardoor wij het contact met de kiezers hebben verloren.

Ook speelt de ingewikkeldheid van de problemen en de hele samenleving een grote rol; wie kan het allemaal nog volgen? Uitleggen schiet op alle gebieden te kort, wat niet alleen aan ons te verwijten is. Denk aan onderwerpen als democratie, Europa, globalisering. Door de elite wordt over deze fenomenen gesproken alsof het gesneden koek is (ja, voor hen) en uitleg en verklaring niet nodig is. Maar laten wij hierin het voortouw nemen. Zulke onderwerpen passen goed in een scholingsprogramma. Maar consequent doorgeredeneerd horen zulke onderwerpen in het curriculum van het onderwijs na de basisschool voor te komen.

Verder is het van levensbelang dat de basis van de partij versterkt wordt. Dat is – hoe belangrijk ook – niet alleen ledenwerving, maar vooral ook de leden betrekken bij de oplossing van onze problemen. Daarvoor moet in overleg met de afdelingsbesturen een plan worden gemaakt. Als bestuurderspartij moeten wij de leden weer ontdekken; die zijn er niet alleen voor de contributie. Al die mensen hebben ooit een goede reden gehad om lid te worden. Alleen al daarom is het de moeite waard om hen daar nog eens naar te vragen. Laten we de leden persoonlijk aanspreken en hun hulp vragen. Het goud ligt op de bodem van de partij; we hoeven het maar op te rapen. Het net uitgevonden ledenpanel is niet genoeg; dat is te afstandelijk en te abstract en zal in hoofdzaak als instrument worden herkend door hoger geschoolden en degenen die al actief en belangstellend zijn. Zo blijft nog verborgen wat er aan de basis van de partij leeft.

Zo kunnen de afdelingsbesturen de leden en sympathisanten een of twee maal per jaar een persoonlijke (papieren) brief sturen om de band te versterken en hen uit te dagen naar de bijeenkomsten te komen. Zo’n brief moet dan wel wat voorstellen. De partijbijeenkomsten moeten van hun dodelijke saaiheid worden ontdaan. De verhouding tussen de besturen en leden moet worden herijkt. Er moet een indringend beroep worden gedaan op bekwaamheden, kennis en kunde dat in ons ledenbestand aanwezig is.

Het gaat om ons verhaal, het verhaal van de sociaal democratie. Vanaf de opkomst van de socialistische en sociaal democratische beweging in de vroege vorige eeuw en de latere jaren van de eeuw daarvoor is dat verhaal luid en duidelijk verteld. Het verhaal van de hoop en toekomstperspectieven waar massa’s mensen zich in konden herkennen en waarin ze ook wilden geloven. Zij zagen de stip op de horizon waar de sociaal democraten naar wezen en geloofden dat zij daar met elkaar heen moesten. Zij waren bereid om het lange termijnperspectief voor lief te nemen; als je niet meer zelf van de resultaten van je politieke strijd kon genieten, dan deed je het nog altijd voor je kinderen en kleinkinderen.

Zij gingen er voor de straat op, staakten ervoor, vierden 1 mei en zongen over hun idealen. De oude strijdliederen getuigden van hoop, verlangen en verwachting. Enkele tekstvoorbeelden: Morgenrood – Weldra is voor alle volken ’t schitterend zonlicht opgegaan…; Strijdlied van de PvdA – Bouw aan een betere wereld, rijk aan gerechtigheid, rijk aan geluk voor uw kind; op onze aarde de hoogste wens: het welzijn van de mens….; Socialistenmars – Het heilig ideaal….; Eens – Eens komt en klare, schone dag, eens komt het schoon geluk….; Aan de strijders – De toekomst lacht ons tegen….; Op naar het licht – alleen al de titel zegt alles. Hoe actueel zijn de teksten van die liederen nog! Dit zijn toch de dingen waar het ons om gaat!

Ik pleit er niet voor die liederen weer te gaan zingen, maar we moeten wel eens bij onszelf te rade gaan wat wij vandaag de dag nog voelen bij sociaal democratie en wat dat nou helemaal betekent in het huidige maatschappelijke bestel. Waarom zijn wij op aarde? is de vraag die niet vaak genoeg meer gesteld wordt. De emoties die het sociaal democratische gedachtengoed ooit opriep zijn goeddeels verdwenen. De laatsten die dat emotioneel wisten uit te dragen zijn weg, zoals Joop de Uyl, Henk Knol, Stan Poppe, Jan Schaeffer, Jan Pronk, Jan Berger dat konden. Zij sloegen met vlammende emoties de spijker op de kop en de mensen verstonden die taal. Waarom bestond er in het begin van de 70-er jaren zo’n populair schaduwkabinet en won de partij de verkiezingen na het einde van het kabinet Den Uyl; omdat daar het verhaal aan hing dat door de mensen werd verstaan! Onze tegenwoordige taal heeft een rationeel en calculerend accent en gaat over een wereld die de mensen niet herkennen. Het gaat zelden meer over de idealen die toch de grondslag van ons bestaan horen te zijn; laten we die eens afstoffen en zichtbaar maken.

Daar hoort ook de vraag bij wat een sociaal democraat van vandaag is. Is dat iemand die lid is van de PvdA? Dat zou slechts en karikatuur zijn; of is het iemand die lid is uit berekening. Bij sociaal democratie gaat het er nog altijd om dat je er wat bij moet voelen, dat je je aan vergezichten durft te wagen, en dat je dat ook uitdraagt. Zonder emotie gaat het niet. Wij moeten weer een verhaal hebben dat werkt omdat het tot de verbeelding spreekt.
Een kenmerk van de politieke markt is dat het aanbod van de partijen erg veel op elkaar lijkt met hier en daar wat accentverschillen. De kiezer (de vraagkant op de politieke markt) vertaalt dat met een schouderophalen:”Het maakt niet uit of je door kat of de hond wordt gebeten”. Dit moeten de aanbieders van politieke producten zich aantrekken. Wij moeten er kritisch kijken of de producten die wij in onze kraam aanprijzen wel voldoende onderscheidend zijn; wat is het unieke van wat wij te bieden hebben en kunnen de mensen dat herkennen? Vallen wij voldoende op door een eigen(zinnige) koers?

Wij moeten ook nadenken over andere manieren van politiek voeren, een eigenzinnigheid vinden die onmiddellijk herkend wordt en als positief wordt ervaren. Wij moeten de illusie loslaten te denken dat wij met het deelnemen aan vertegenwoordigende organen (gemeenteraden, provinciale staten, waterschapsbesturen, het parlement) veel indruk maken en het begrip van de kiezers verwerven. Politiek maak je op straat en niet in verveling wekkende beraadslagingen in die organen.

Ontmaskering van het populisme.

Het aanpakken van het populisme moet een speerpunt van de partij worden. Het is de hoogste tijd dat het populisme wordt ontmaskerd als een gevaarlijke kracht in de samenleving. Dit speelt niet alleen in Nederland, overal in Europa steekt het verschijnsel de kop op en krijgt het voet aan de grond. Zie Frankrijk, België, Duitsland, Denemarken, Polen, Hongarije, Italië e.a..

Het gevaar van dit verschijnsel zit erin dat het de samenleving infecteert met bruine en zwarte sentimenten. Zo het populisme zelf misschien nog niet als fascistisch te duiden is, het maakt wel de krachten los die in hun aard fascistisch zijn en doen denken aan de verschijnselen zoals we die kennen uit de 30-er en 40-er jaren van de vorige eeuw. Dezelfde kenmerken van haat, rancune, minachting, xenofobie, nationalisme en zelfs jodenhaat zijn elke dag waar te nemen. Het zijn regelrechte bedreigingen voor de rechtsstaat, de democratie en de grondwettelijke vrijheden. Het totalitarisme staat om de hoek op zijn kansen te wachten.

Tot dusver heb ik geen prominent politicus gezien die ik de handschoen echt heb zien opnemen.

Tenslotte

De partij is in een penibele situatie komen te verkeren. Daarvan kunnen we niemand buiten onszelf de schuld geven. Als we willen weten waarom we in de shit zitten moeten we naar onszelf kijken. We hebben onszelf veel vragen te stellen. Dat moeten we hardop doen en oprecht zoeken naar antwoorden die waarachtig zijn.

Als we antwoorden vinden die er op neer komen dat wij jegens de kiezers en de samenleving fouten hebben gemaakt, moeten we dat in het openbaar durven zeggen onder de gelijktijdige mededeling welke weg we vervolgens inslaan om herhaling te voorkomen.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Advertenties

Een gedachte over “Hoe kan de Partij van de Arbeid zich weer oprichten?

  1. Geloofwaardigheid.
    De volksvertegenwoordiging, tweede kamerleden, moeten een afspiegeling zijn van de bevolking.
    Zolang dat niet gebeurd zullen partijen slechts een handje vol leden hebben waar uit gegrossierd word bij benoemingen.
    Volgens mij is dat de kern waar het ook om kan gaan.
    Wie staat er stil bij het leven op de straat? Dat we de problemen niet zelf kunnen oplossen is een gegeven. Daar heb je specialisten voor. Maar als de specialist de dienst gast uitmaken, hoeven we niet te kiezen.
    Een sterk parlement vertaald zich uit naar opkomst bij volgende verkiezingen.
    Ik hoop van harte dat de politiek oren en ogen te kost geeft om een visie voor de toekomst op papier te zetten zodat we echt kunnen kiezen.
    Ik geloof in democratie, en samenspraak. De laatste jaren is de politiek ver afgedwaald van wat er verwacht woerd.
    Beterschap beloofd?

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s