Religie en integratie

somereligions_01
Door: Jan Wijma
 
 
 
Na de middeleeuwen wisten al vele vluchtelingen Nederland te vinden. Met name in de gouden eeuw vluchtten Zuid-Nederlanders en Vlamingen in grote getale naar de toenmalige republiek Holland. Tegen het einde van de 17e eeuw trokken nog eens 50.000 Franse hugenoten (protestanten) naar Holland. Nog later volgden vele andere ontheemden hun voorbeeld. De kans voor nieuwkomers op een vreedzaam en goed bestaan bleek in Holland aanmerkelijk groter dan elders. Om naar behoren in de nieuwe samenleving te functioneren zagen de migranten het belang van inburgering wel in. Een goede aanpassing bracht niet alleen de nieuwkomers maar ook Nederland veel voorspoed. Om vandaag de dag tot zo’n conclusie te komen voor integratie van migranten in Nederland lijkt me te gewaagd. Naar mijn mening hebben de naoorlogse politiek en migranten voor een goede inburgering zich veel te vrijblijvend opgesteld.

Door schending van mensenrechten en oorlogen proberen vele mensen uit islamitische landen in Nederland een veilig heenkomen te zoeken. Men kan er vanuit gaan dat de meeste vluchtelingen zich het liefst permanent in Nederland willen vestigen. Behalve het vele verdriet en wanhoop nemen deze mensen ook hun geloof en culturele waarden mee. Zij zullen willen vasthouden aan die waarden en daar meer gewicht aan toekennen dan een Nederlandse grondwet. Inmiddels weet men dat conservatieve geloofsopvattingen het moslims niet gemakkelijk maakt te integreren in een westerse samenleving. Dat integreren in een moderne wereld vraagt veel meer van nieuwkomers in Nederland dan er alleen maar te verblijven. Veel migranten leven als het ware dan ook in twee werelden en het lijkt hun bestaan in het westen eerder te bemoeilijken dan te verrijken. De orthodoxie en het salafisme zullen heus wel aan geloofwaardigheid inleveren maar de ‘intolerantie’ ervan laat zijn sporen na. Want ook verlichte moslims menen te vaak zichzelf en anderen conservatieve geloofsregels op te moeten leggen. Ook vrije meningsuiting en ethiek zouden wat hen betreft best een stapje terug mogen doen ten gunste van hun religie met haar (fanatieke) belijders. Waren het al niet eerder christenen die meenden ongelovigen en andersdenkenden de mond te snoeren en de ‘zondaars’ te moeten wijzen op Gods toorn. En hoe hoog liepen de emoties wel niet op bij ware gelovigen wanneer de liefde van een jong stelletje ontluikte dat het verschil in geloof was vergeten. Veelal schaamteloos en op brute wijze doofde een religieuze ingreep de vlam van liefde. Tegenstelling en vervreemding waren het resultaat van die bemoeizucht.

Niet altijd heerste in Nederland de grondwet. Bij gebrek ervan woedden er dan ook voortdurend twisten tussen verschillende geloofsgemeenschappen. Het kenmerkt ‘mensen recht in de leer’ dat ze geen enkele twijfel of tegenspraak duldden en zeker geen andere opvattingen. Die redeloze opstellingen hebben in vorige eeuwen voor veel strijd en verdriet gezorgd. De goedheid van de Heer mag in vroeger tijden vaak geprezen zijn, bij zijn volgelingen heerste nauwelijks enige liefde en verdraagzaamheid. In 1814 kreeg Nederland een grondwet met het artikel: ‘het recht op vrijheid van godsdienst’. Kortom: iedere Nederlander is vrij om te geloven wat hem of haar goed dunkt. Gelukkig weten katholieken en protestanten nu broederlijk met elkaar om te gaan. Integratie pur sang, zelfs elkaar op gepaste wijze te bespotten wordt in beide kampen met gemak gepareerd en leidt zeker niet meer tot een middeleeuwse straf. En ook het ‘huwelijk met twee geloven op één kussen’ roept geen kwaadaardige emoties meer op. Het moet voor conservatieve mensen even slikken zijn maar het is goed dat in Nederland niet één enkel seksuele geaardheid meer op noemenswaardige weerstand stuit. Deze vooruitgang in het normbesef is te danken aan het vrije gebruik van de rede en een moderne grondwet.

Migranten zouden er dan ook goed aan doen hier de vrijheid en moraal te omarmen. O Heer, vergeeft u mij, dat ik heel even de belijders van het katholieke geloof aanhaal. Ik, eertijds gereformeerd, wist toch al heel lang dat zij niet de enige aanbidders waren van het echte geloof. En jawel Heer, ik vraag u, waarom menen zovelen te moeten geloven in een heerschappij van de Islam. Dat ten uitvoer willen brengen lijkt mij overigens geen makkelijke en zeker geen zinvolle klus. Ik zou tegen al die gelovigen willen zeggen: vraag in uw gebeden eens wanneer de rede gaat heersen.

Waarom dringen we al eeuwenlang jonge kinderen op met religieuze verhalen. Oké, kinderen luisteren graag naar verhalen en zeker als die vol zitten met wonderen. Maar dit deel van de opvoeding doet mij toch denken aan een dwangmatige overdracht van kennis. Het profijt van de inspanning valt te betwijfelen. Men kan zelfs stellen dat de religieuze oogst mensen niet zelden in de problemen brengt. Een weldenkend mens zal die bezetenheid van dogma’s en gedram dan ook niet begrijpen. Hij of zij zal zich afvragen wat de waarde ervan is om jonge kinderen te wijzen op de vermeende ondeugden van andersdenkenden en ongelovigen. Wie de ogen open doet ziet het droeve resultaat van al die eenzijdige overdracht. Goed zou het zijn wanneer kinderen het aanbidden van de ‘suprematie’ in een geloof wordt onthouden. Het ‘blind varen’ leidt dikwijls tot fanatisme en onverdraagzaamheid. O Heer, almachtige God, zou u niet al uw volgelingen tot de orde kunnen roepen!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s