Murray Bookchin en het eco-anarchisme

earth-1013746_1280
 
 
Door: Tom van Doormaal

Een Amerikaanse activist bekende mij ooit dat hij communist was: dat was dapper in de jaren tachtig, want dan was je volksvijand. Hij had gedemonstreerd en uit een rijdende auto was op hem geschoten. Gaat dat hier zo in de V.S. ? Ik was Mokum gewend, waar de menigte “water” riep en het politie-waterkanon vervolgens voor vertier zorgde. In de V.S. werd met links echt strijd geleverd.

Tot klein, echt links moet ook Murray Bookchin worden gerekend. In de meeste literatuur komt hij niet voor, hij heeft geen formele opleiding gehad, geen academisch curriculum. Hij heeft wel een aantal boeken en nog meer artikelen geschreven, maar in indexen is hij niet te vinden. Zijn betekenis in het ecologisch activisme, de anti-kernenergie beweging, de ontwikkeling van een linkse vakbeweging in de V.S. lijkt niettemin aanwezig. Spreken kon hij als geen ander en dat deed hij veel. Schrijven deed hij ook: zijn vriendin voltooide vorig jaar een boeiende biografie. (Janet Biehl)

Ik struikelde over zijn naam toen ik met enkele lezers van Sargasso in discussie raakte over Rojava, een Koerdisch staatje in Noord Syrië. De vormgeving van het bestuur daar lijkt, in zijn nog prille vorm,  afkomstig uit zijn denken en overgebracht, via de gevangenis van Öcalan. Rojava lijkt te werken. Daar wordt Erdogan nerveus van: stel dat zijn Turkse Koerden dat model gaan volgen…

Youtube heeft diverse video’s van hem, de meeste nogal lang, want een vakbondsman in Amerika kan spreken, alsof hij het heeft uitgevonden. Maar ook een enkele korte is te vinden, b.v. deze uitleg van zijn bekering tot het anarchisme. Toen ik een bespreking zag van Janet Biehl’s boek, moest ik het lezen.

Het linkse spectrum

Het verhaal van Janet Biehl is rijk, imponerend en bizar. Zij geeft structuur door Bookchin als drager van rollen en etiketten neer te zetten. Hij begon als “young bolshevik”, werkte als shop steward en vakbondsman in de industrie, noemde zich eco-anarchist, social ecologist, anti-nuclear activist, municipalist, green politico, uiteindelijk ook geschiedschrijver.

Dat lijkt een hobbelige ontwikkeling, maar de logica er in is dwingend. Bookchin werd in januari 1921 geboren, als kind van Russische emigrés. Hij groeide op in de communistische jeugdbeweging en een vakbondsrol lag al vroeg voor de hand.

Studie bracht hem bij Rosa Luxemburg (“socialism or barbarism”) en bij Leon Trotsky: het waren mensen die Bookchin meer konden overtuigen dan de bureaucratische ontsporingen van Stalin in Rusland. Daarom nam hij afscheid van het communisme. De ontwikkelingen rond de Spaanse burgeroorlog brachten hem steeds dichter bij het anarchisme.

Na de oorlog ontstond een toenemende interesse bij Bookchin voor het verband tussen het kapitalisme en onze wijzen van grootschalig en hiërarchisch organiseren. Zijn verbinding tussen nederzettingen (steden en dorpen) en de organisatieschaal van de landbouw, vind ik origineel. Daar werd later ook de energievoorziening aan gekoppeld, de ruimtelijke ordening, het probleem van de brandstoffen, de vervuiling, de gevaren van kernenergie, de opwarming van de aarde.

Het lijkt allemaal bekend en niet bijzonder. Maar het was wel vijftig jaar geleden, toen de wereld weken lang geschokt was door het rapport van de Club van Rome. Bookchin is dan met milieu activisten bezig om milieuvriendelijke leefvormen te ontwikkelen, in Vermont, waar hij ook een burgemeester treft die Bernie Sanders heet. Die opereert overigens niet echt betrouwbaar. Als senator krijgt hij later meer waardering.

Visie en organisatiekracht

De vraag is natuurlijk hoe bijzonder Bookchin was. In de jaren zestig hadden wij Roel van Duyn, die een rol had in Provo, later in de Kabouterbeweging. Roel vond toen ook al dat kernenergie niet moest (zie Kalkar), dat windenergie verkieslijk was, net zoals daktuintjes en witte fietsen. Bookchin vond het boeiend en zocht hem zelfs op.

Het feit dat de Kabouters vijf zetels in de gemeenteraad van Amsterdam kregen, inspireerde tot zijn denken in de richting van lokaal bestuur en kleinschaligheid. Het lokaal-politieke is de basis voor alles wat bovenlokaal geregeld moet worden. Het cliché in de bestuurskunde is: “all politics is local.” Bij die opvatting sluit zijn denken goed aan.

Het verschil tussen van Duyn en Bookchin was misschien dat Roel speels was en vooral de ideeën leuk vond, terwijl Bookchin, als vakbondsman, voortdurend bezig was met het realiseren van denkbeelden. Daarvoor zijn anderen nodig, organisatie en stabiliteit. Daarin faalde Roel van Duyn en Bookchin uiteindelijk ook. Hij was te zeer een bijzondere activist en strijder, geen organisator van een brede stroming. En radicaal links komt in de V.S. nooit ver.

Maar zijn milieu als emigré afstammend uit Rusland, leverde een voortdurende verbinding met excentriciteit in Europa. De ontwikkelingen in Duitsland waren een nieuwe inspiratiebron.  Bookchin las de teksten van de Frankfurter Schule, vond Marcuse te pessimistisch, onderhield contacten met de  Groenen en zag in hen nieuwe vormen en kansen.

Modern eco-anarchisme

Waarom schrijf ik over deze bijzondere man, die de gehele sociale geschiedenis van Europa in zijn hoofd droeg? Bookchin legde, via een zwerftocht langs linkse leerstelligheden, uiteindelijk goede en moderne accenten: het pleidooi voor kleinschaligheid, het redeneren vanuit een politiek die als basis het persoonlijke contact heeft, een scherp oog voor productieverhoudingen en de betekenis van marktprocessen voor schaalgrootte in productie en bestuur.

Ik denk dat die dingen er veel toe doen: is er nog ruimte voor het persoonlijke en menselijke in de zorg? Is er nog een eerlijke verhouding mogelijk tussen de politiek en de kiezers, wanneer die steeds meer wordt geprikkeld door de sensatiezucht van de publiciteit?

Over het anarchisme kun je meewarig doen. De anarchisten in de Spaanse burgeroorlog hebben het niet gered. De kleinschalige experimenten zijn mislukt, of na verloop van tijd gestrand. Het probleem werd manifest in Carrara in Italië: anarchisten waren daar in de meerderheid, maar “absolute political abstentionists. They regarded even voting, let alone running for office, as blasfemy.” De communisten vulden het politieke vacuum ter plaatse met gemak. (p.242)

“The {anarchist} rejection of electoral activity, even at the local level,” Murray lamented, “has become a paralysing dogma.” (p.285)

Daar zit iets in. Ik kom mensen tegen, die mij anarchisten lijken, die vervreemding door grootschaligheid en hiërarchie verfoeien. Tegelijk zijn zij zeer voor politieke zuiverheid, zeer tegen machtsuitoefening en hiërarchie, zeer voor een ingetogen gebruik van het milieu. Maar vieze handen maken, meedoen aan het ‘verderfelijke’ spel, dat doen ze liever niet.

Met die politieke abstinentie had Bookchin niets: “we moeten realistisch zijn en het onmogelijke doen – anders krijgen we het ondenkbare.”

Janet Biehl, “The ecology or catastrophy, Life of Murray Bookchin”, New York, 2015; 319 pag.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s