Verkiezingen over ons systeem

system_03
Door: Tom van Doormaal

Trump heeft gewonnen, Teutoonse wansmaak, grillige standpunten en eclectische omgang met de werkelijkheid maken het angstig naar onze Europese verkiezingen te kijken. Ik hoopte op zijn leiderschap en discipline bij de partijen, maar de voortekens wijzen daar niet op: geruzie over benoemingen van extremisten. “Do not compromise” zeggen de tegenstanders daarvan. Griezelig…

Verkiezingen in de V.S. in 2010

Konden we de risico’s niet eerder zien? In 2010 verloren de Democraten hun eerste verkiezingen na het aantreden van Obama, waarover Ronald Dworkin schreef:

  • Waarom willen zo veel Amerikanen beslist stemmen tegen hun belangen in?
  • Waarom schreeuwen ze hun haat uit tegen een gezondheidszorgplan dat ze betere bescherming biedt tegen rampen dan ze ooit hadden?
  • Waarom tegen stimulerende uitgaven die verhinderen dat een slechte economische conjunctuur nog slechter voor hen wordt?
  • Waarom tegen belastingvoorstellen die hun eigen belasting verlagen door die te verhogen van hen, die rijker zijn dan ze zelf ooit zullen zijn?
  • Waarom stemmen ze in zulke aantallen voor de partij die begunstigd is door de bankiers en financiers die de economische catastrofe hebben veroorzaakt?

Het is verbazend, maar zes jaar later zijn de pijnlijke vragen identiek. Hebben we niets geleerd, niet gekeken naar de verkiezingsuitslagen en ons afgevraagd wat die te betekenen hadden?

Verkiezingen bij ons

Amerikanen zijn niet slim denken we. Bij ons worden verkiezingen secuur geëvalueerd op hun betekenis. Of toch niet? Het is onrustbarend en vervelend dat wij vrijwel niet naar ons zelf kijken.

We weten sinds het referendum(2005) over de EU-constitutie dat een groot deel van ons volk zich niet behaaglijk voelt bij het gedoe in de EU. Waar zou dat aan liggen?

  • Misschien aan de wijze waarop het lobby-circus in Brussel verloopt? Brussel is meer een plek waar producenten hun belangen behartigen, niet een verdediging voor de consument.
  • Misschien aan de overmatige aandacht voor details bij het scheppen van een gemeenschappelijke markt, alsof vermogens van stofzuigers, kromming van bananen en etiketten in kleding een level playing field scheppen?
  • Misschien aan het onrustige gevoel in de onderbuik dat de EU nieuwe leden toelaat uit een corrupte en achtergebleven wereld, die vervolgens met onze arbeidsvoorwaarden komen concurreren?
  • Misschien aan de handelsverdragen, die toch een veel sterker geopolitiek karakter hebben dan wordt toegegeven? De associatie met Oekraïne is toch vooral een zet tegen Poetin.

Politieke verenigingen

Een hoofdrol in de verkiezingen komt toe aan politieke verenigingen, die de discussie over de richtingen in de samenleving aangaan. Dat is een hoeksteen van ons politieke bedrijf. Of zijn er meer? Laten we eens een paar voorbeelden bekijken.

Ik zou willen dat het systeem eens wat meer en opener te werk zou gaan. In Arnhem sprak Kati Piri in een bijeenkomst voor partijgenoten wat keurige algemeenheden uit over Turkije en de rechtsstaat, die niet veel reactie opriepen. Een week later uitte Frans Timmermans een vermoeden over Gülen als ondersteuner van de couppoging, die Erdogan ondersteunden. Komt dat uit de blauwe lucht, of wist men daarvan? Ik heb er niets over gehoord. Schultz, de voorzitter van het EU-parlement,  toonde zijn rechte rug en lag, gelukkig met Kati, dwars. Openheid over strijdige belangen zou wat groter kunnen.

Nog eens eentje? Hoe kun je de sociale woningbouw te duur vinden en op basis van zelf gekozen definities tot inkrimpingsbeleid komen?
Hoe kun je over gaan tot het bevorderen van particulier woningbezit, als door de lage rentestand zich een nieuwe zeepbel van koopwoningen vormt, terwijl de huurwoningen relatief steeds duurder worden? Had de Tweede Kamer niet gepleit voor betere verbindingen tussen huur en koopsector? De politieke discussie zou wat rationeler en flexibeler kunnen.
Nog eentje dan: De VNG en BZK laten een commissie, onder voorzitter Wim van de Donk een analyse uitvoeren over de bestuurlijke structuur in ons land. De uitkomst is niet zo verrassend, het huis van Thorbecke is een bouwval geworden en moet vernieuwd worden, geen der bestuurslagen uitgezonderd. De reactie is nihil: ‘ja, dat dachten we al’. Gelukkig zijn er nog wat onrustige gemeentebestuurders, die zich hebben verenigd in “Code Oranje”; maar de politieke partijen doen geheel niets. De politieke discussie zou moeilijke onderwerpen op moeten pakken.

Wat er gaande is

Wat nodig is, is dat politieke partijen zich over de problemen zouden buigen, daarvan iets zouden vinden en met hun leden en tegenstanders in debat zouden gaan. Maar het blijft bij wat domme mannetjesmakerij: Rutte die Buma een ‘pruilende peuter’ noemt. Zeg eens waar het over gaat, zegt Buma niet ten onrechte.

Of Wilders, die geheel van het pad af is, door zijn kiezers virtueel naast hem te posteren in het beklaagdenbankje, alsof die allemaal zijn verbale uitglijders dekken en steunen. Wij zullen winnen en staan aan de goede kant van de geschiedenis, zegt Wilders, en meer onzinnige overdrijving. Voor een lid van de wetgevende macht toont hij geen enkel respect voor de scheiding der machten.

Of de PvdA, die tussen twee mannen die de partij aan de hand van de VVD tot linkse splinter reduceerden, een verkiezingsstrijd organiseert. Alleen gaat die strijd natuurlijk niet over een blik vooruit: een echte visie op de arbeidsmarkt, of b.v. de mogelijkheden een breed gedragen onderzoek te doen naar de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen.

Het gaat niet over Europa, niet over Nederland, maar over een analyse van de problemen waarin onze democratie verkeert. In de Weimarrepubliek had de sociaaldemocratie niet zo’n dappere periode en de bruine vloed die volgde heeft de wereld in het verderf gestort. Het gaat er om of de democraten van nu dat beter kunnen.

De politici mogen van alles vinden van Trump, of van Marine Le Pen, of Wilders, maar mijn benauwde vraag is: wat vinden we van het systeem waarin we opereren en wat van de wijze waarop de gevestigde belangen hun belangen veilig stellen? Dat is waar de kiezer over oordeelt. Het lijkt me niet vijf voor twaalf, maar één voor twaalf.

Mogelijk is er nog een thema: het primaat van de politiek. Of simpel gezegd: er is een ambtelijke ideologie, die bepalender is dan het geredekavel in het parlement. Daarover zal ik nog wat schrijven. Dat is toch wel een aardig onderwerp in verkiezingstijd: niet het parlement zit aan de knoppen, maar de departementale juristen. De behoefte aan systeemverandering komt misschien vooral door hun onaantastbaarheid.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s