Open brief aan de Informateur


Door : Tom van Doormaal

Spannende verkiezingen? Och… Inhoudelijk opwindend? Neuh… En nu verder met de stembus- resultaten, maar hoe? Het ging in de campagne vrijwel niet over de kwaliteit van ons openbaar bestuur, de vernieuwing van het huis van Thorbecke, de overzichtelijkheid van het bestuur, het niveau van samenwerking tussen politiek en ambtelijke organisatie.

Deze tekst is gebaseerd op de gedachte dat politieke partijen en ambtelijke organisatie niet meer in staat zijn een professionele relatie met elkaar te onderhouden. Gevolg: de politieke fragmentatie vertaalt zich in onnuttige complexiteit van regelgeving, want elk politiek compromis moet in de beleidsuitvoering tot zijn recht komen.
Als een proces binnen bepaalde waarden blijft, spreekt de cybernetica van homeostasis: een soort dynamisch evenwicht waarin niets verandert. De verkiezingscampagne leek daar op: er gebeurt van alles en toch verandert er niks.
Met klimmende onvrede zoek je naar wat er nu zo onbehaaglijk en verontrustend is. Is het oog van de beschouwer het probleem? Of ben je niet gek en is de omgeving dat wel? Zo kwam ik terecht bij “Slow politics”, zes uren van interviews in de Balie. (derde blok)

Risico beheersen
Ineens zei Herman Tjeenk Willink iets boeiends: “De politiek kent zijn eigen functie niet meer. Dat is het voortdurend bepalen en herformuleren van het algemeen belang.” Vervolgens toonde hij zich knorrig, zoals ik hier ook, over de onderwerpen in de verkiezingsstrijd. Het verschil tussen politiek en bestuur is verloren gegaan en “de politiek toont zich een slecht medebestuurder.”
Coen Teulings viel hem bij, door de algemene bestuursdienst ter sprake te brengen. Had men een idee wat de functieomschrijving vroeg van een directeur generaal? Die hoefde geen visie, fantasie of creativiteit te hebben, maar moest vooral een risico beheerser zijn….

Ook de kunde van het ambtelijk apparaat kwam ter sprake: door de scheiding tussen beleid en uitvoering, de privatiseringen, de verzelfstandigingen, de voortdurende bezuinigingen, is de kwaliteit en inhoudelijke deskundigheid van de organisatie uitgehold. Natuurlijk: hier spreekt de oud-regeringscommissaris, meer nog dan de voormalige vicepresident van de Raad van State. Alleen: gelijk heeft hij wel: onnodig complexe en averechts werkende regels zijn overal.
Maar ineens dacht ik: hoe kunnen we van departementen verwachten dat zij de veranderingen in de samenleving sturen, conditioneren en faciliteren, als die departementen vooral risico moeten beheersen en beperken? Als dat is wat we verwachten, scheppen we een logge overheid, die vooral het bestaande in stand houdt en verdedigt. De politiek bevordert dat sterk door te praten over beleid en niet over wenselijkheden en richtingen.

Ruimte voor experimenten
Zou een regime helpen dat ruimte schept voor experimenten? De laatste tranentrekker is het “Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet.” (Staatsblad 69; 22-02-2017) Ik spreek over een tranentrekker, omdat het een besluit is dat vooral angst uitstraalt. De gemeente verzoekt, artikel 5 regelt de inhoud, artikel 6 de vorm, artikel 7 de verplichtingen voor gemeenten, artikel 8 de beëindiging van het experiment. De toelichting legt uit dat in het micromanagement vooral de evaluatie en de rechten van de deelnemers geregeld moesten worden. Misschien zou het een goed idee zijn als 100 bloemen mochten bloeien? Is dat niet experimenteren? Is de gemeente nog een beetje autonoom?
Natuurlijk kun je niet zo maar alle wetten aan de kant schuiven, omdat je een andere werkwijze een goed idee lijkt. Maar dit is het omgekeerde: als je bestuursjuristen experimenten laat vormgeven, wordt de wereld secuur dichtgetimmerd. En die wereld zit vol met goedbedoeld beleid, dat niettemin averechts, onbedoeld of negatief effect heeft. Veel daarvan blijft bestaan, omdat het aan de formele vereisten voldoet, volgens de juiste procedures is ontstaan, is goedgekeurd door parlement of gemeenteraad.

De Tijdelijke Beschikking is een dramatisch voorbeeld van micro-management door een bange overheid, die eigenlijk geen experimenten wil en de doelstelling (de beleidstheorie achter de Participatiewet) tot achter de komma bewaakt en beschermt. De wetenschappelijke evaluatie van een experiment, tot in details in de Beschikking voorgeschreven, getuigt van een wantrouwen en regeldrift, die niet past in moderne interbestuurlijke verhoudingen: alsof gemeenten zelf niet kunnen bedenken aan welke wetenschappelijke eisen een evaluatie van een experiment moet voldoen.
Politiek en bestuur opnieuw inregelen

Het probleem is oplosbaar, maar er moeten wel een paar dingen anders worden geregeld. Een openbaar debat over de kwaliteit van de ambtelijke bureaucratie is hoogst nodig, meent Tjeenk Willink. Misschien is dit een bijdrage daar toe.
We moeten terug naar een zuiver bestuurlijk en politiek rollenspel: daarin is de politieke leiding richting gevend, heeft de ambtelijke dienst een volgende rol, maar de ambtenaar is ook professioneel adviseur. De ambtenaar moet zijn baas vertellen wat mogelijk en verstandig is.
Kan dat wel, als je het politiek niet eens bent? Ja, dat kan heel goed. En als de politieke baas dan een oplossing kiest, die inhoudelijk niet klopt, of die politiek onverdraaglijk is, dan moet de ambtenaar beslissen of hij wil blijven of opstappen. In de V.S. wordt, met het intrekken van Obamacare, dat probleem helder geïllustreerd.
Als politiek en bestuur opnieuw zijn ingeregeld, is er nog een tweede invalshoek: een regime voor experimenten vestigen dat de ruimte schept voor vernieuwing, door organisatie en toetsing van die experimenten op afstand van de heersende macht te zetten. Dat is niets bijzonders: in de huisvesting is decennialang zo gewerkt, met goede resultaten. Als je echt vernieuwing wilt, moet je ruimte scheppen voor die vernieuwing, dus niet bang zijn voor strijdigheid met bestaande regels of voor de ongelijkheid die afwijking daarvan brengt.

(In)formatie
Is de periode waarin een nieuwe coalitie moet worden gebouwd geschikt voor zo’n fundamentele herijking? Op het eerste gezicht misschien niet. Maar ik herhaal de zinsnede uit het begin: de politieke fragmentatie vertaalt zich in een heilloze complexiteit van regelgeving. De belastingwetgeving is er de mooiste illustratie van.
We zullen die stagnatie moeten doorbreken. Alle politieke snoeverij over “hervormingen” kan niet verbergen dat er door de laatste coalitie weinig ingrijpends is verricht. De economie draait weer en de woningmarkt is vlot getrokken, zegt men. Maar het herstel van de economie heeft veel te maken met het stimulerend beleid van de ECB. De markt voor koopwoningen gaat een nieuwe oververhitting tegemoet, terwijl de huurwoningmarkt voor circa drie miljoen huurders er slecht bij staat.

De arbeidsmarkt laat ook geen juichtonen toe, de pensioenen evenmin. De nieuwe coalitie heeft veel te doen; ideologische hoogstandjes moeten maar even niet.
Wat moet wel? Ik opper een paar vragen en aandachtspunten:
– Hoe gaan we beter gebruik maken van kennis die er al is? (minder ideologie, meer waarheid)
– Hoe gaan we burgers meer laten participeren? (politieke partijen als probleem, maar referenda zijn geen oplossing.)
– Hoe gaan we verouderd beleid opruimen?
– Hoe gaan we slimmer beleid maken? (afstand van politieke compromissen vergroten, etc.)
– Hoe beperken we grijze compromissen, onnodige complexiteit en uitvoeringsbureaucratie?
Het zou goed zijn als in het komende regeerakkoord daar een paragraaf aan zou worden besteed.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s