De stemming en de formatie


 
 
Door: Tom van Doormaal
 
 
Het politieke klimaat is milder dan het was. “Eén aspect is vrijwel uit onze politiek verdwenen: de woede.” Dat is inderdaad een rake observatie van Tom Jan Meeuws in de NRC van 15 juli. Den Haag is na de verkiezingen niet boos meer. Inmiddels breekt ook voor de formatieonderhandelingen de vakantie aan. Erg urgent lijkt een nieuwe regering niet te zijn.

De NRC haalt politicologen aan die het hebben over de “globalisering van het politieke idee”, wat gemakkelijk vertaald als het “einde van de politiek”. Het is wel vaker beweerd door mijn Amerikaanse collega’s (“The end of ideology”). Soms denk ik ook dat het iets betekent, maar ik denk ook vaak: het is andersom. Juist de chaos en het onideologische gedoe leidt tot nieuwe politisering.

Over woede

Het is een goede observatie: niemand lijkt zich druk te maken over de volstrekte slakkengang van de formatie. Iedereen maakt zich een beetje druk over vrijheid van meningsuiting, maar wie heeft over politieke ideeënvorming? Ook niemand, lijkt het.

Politieke woede verkoopt natuurlijk. De politici moeten kunnen optreden in de media, waartoe ze het best de volkswoede exploiteren. Maar nu maar even niet: het is vakantietijd, mooi weer, de economie trekt aan en de arbeidsmarkt ook. We zijn het niet erg eens met elkaar, maar laten we eerst de kansen gebruiken om geld te verdienen; dat gevoel.

Ik ben benieuwd: Wilders was een in hyperbolen grossierende vulkaan, maar dat gaat niet meer werken. Zijn demonstratie tegen de benoeming van een PvdA-burgemeester van Marokkaanse origine in Arnhem was een vertoninkje. Wanneer krijgt hij in de gaten dat hij een nieuw repertoire nodig heeft? Boos theater werkt nu in elk geval niet.

Over oplossingen

De politiek moet oplossingen leveren voor problemen, denken we. “Het geloof in het oplossend vermogen kalft af – ook onder politici” schrijft Meeuws. Heeft de politiek “oplossend vermogen”? Kan de samenleving zo gestuurd worden, dat problemen worden opgelost? Zouden departementen dat kunnen? Of aan overheid gebonden organisaties? Wettelijke regels? Beleid?

Dingen die ongewenst zijn kun je verbieden, zoals bonussen of krankzinnige salarissen voor bankiers. Maar dan merk je hoe lastig dat is: slimme juristen ondermijnen je regels, de kansen voor je economie, b.v. door de Brexit, worden er door gefnuikt. De Londense bankiers kiezen voor Frankfurt omdat ze daar een 100% bonus kunnen krijgen.

Dingen die gewenst zijn, kun je door regels en wetten bevorderen, zoals de marktwerking in de zorg. Maar zo simpel is het niet om de prijzen van geneesmiddelen in de hand te houden of ordelijke bedrijfsvoering in het ziekenhuis te bevorderen.

Dingen die er moeten zijn, kun je ook met geld stimuleren, zoals sociale huurwoningen en betaalbare huren. Dat deden we de laatste honderd jaar, maar de markt laat zich ook door grote hoeveelheden geld niet zo gemakkelijk sturen.

De vraag is: wie geloofde in het oplossend vermogen van de politiek en waarom kalft het af?

Over leveren

Lang geleden had Tony Blair door dat het hierom ging en hij richtte een ‘delivery-unit’ in: de overheid moest leveren wat de samenleving vroeg. Het lijkt mij nu een wat gewrongen metafoor. De samenleving vraagt zelden eenduidig om iets. De PvdA wilde bruggen bouwen, maar met een neo-liberale EU in Brussel en in een coalitie met de VVD; de kiezer zag het niet en waardeerde het evenmin.

In de NRC gaat het ineens over grootschaligheid: Financiën en Veiligheid en Justitie zoeken grootschalige en centralistische oplossingen. Maar die zijn duurder voor de overheid en frustrerend voor de burger. Die sprong is lastig te volgen.

Het is een beetje een zwerfkei in het verhaal. Wat is er precies mis aan grootschalige oplossingen? Misschien heeft het te maken met mijn constatering in een vorig stuk: de opvatting in Den Haag, dat men in de provincie niet goed snik is. Het is om die reden dat de decentralisaties van kleur verschieten, meer uitvoering van nationaal beleid worden dan democratische, lokale variatie. Moeten we meer naar kansen voor kleinschalige oplossingen zoeken?

Een zorgelijk voorbeeld is de sociale woningbouw, waarvan de PvdA vindt dat die lokaal gestalte moet krijgen. Ik vind dat ook. Maar wat doen we dan met alle centralisme? (huurbeleid, huurbescherming, etc.) Geen spoor van denken daarover. BZK bevordert dat niet.

Over identiteit

Lastig, maar van belang is de vraag wie wij zijn. Het debat over de vluchtelingen sluimert. Merkel durft niet meer “wir schaffen das” te zeggen. Maar klimaatverandering en onbezonnen interventies houden stromen ontheemden in stand. Bedreigt dat onze identiteit?

Daarover denkend struikelde ik over de naam van Dan Kahan, een sociaal-psycholoog uit de V.S., die beweert dat culturele identiteit vooraf gaat aan politieke stellingnamen. Hij brengt ons in een culturele typologie met een verticale as “hierarchist” en “egalitarian” en een horizontale as met “individualist” en “communitarian”.

Zo ontstaat een veld, waarmee je een positie kunt geven aan je culturele identiteit. ‘Jager, beschermer, vader’ zijn hiërarchische sociale rollen. Hiërarchische en individualistische deugden zijn moed, eergevoel, ridderlijkheid, zelfvertrouwen, trots.

Het zijn deze culturele wereldbeelden, die bepalend zijn voor politieke keuzen, meent hij. De burgers denken niet sterk ideologisch. Het stuk dat ik las, is verschenen in 2006, maar lijkt een boeiende vooruitblik naar de “alternative facts” en de campagne tegen “fake news” van Trump. Het is chaotisch rechts, maar vooral anders, een wisseling van een cultureel klimaat. Aan de overgang van Obamacare naar Trumpcare kun je zien dat politieke afwegingen niet vanzelf spreken.

Windstilte

Het is niet onplezierig: het is even mooi weer in Den Haag. De scherpte is weg uit de confrontaties, de blogs en Jair Ferwerda van Jinek zijn gevuld met ironie en gaan over vrijwel niets.

Maar dat betekent niet dat de politiek is afgelopen. Politiek moet niet gebaseerd zijn op identiteit, schreef Tony Judt, te vroeg overleden historicus, want daar komt geen goeds van. Ik geloof dat ook. Maar de vraag is wel hoe we dan de politieke fragmentatie overwinnen, wanneer de grote vraagstukken weer helder op tafel liggen en er moet worden “geleverd”. De formatie maakt geen meters, maar centimeters, merkte Pechtold ineens op. Voor de microfoon wond niemand zich er over op. Het zou de zomerse vredigheid maar verstoren.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s