Marktinterventie door het Rijk

Door: Tom van Doormaal

Bestuurders bepalen de richting, ambtenaren geven er instrumenten en uitvoering bij. Daarom leek het artikel in ESB van Maarten Camps interessant: “sturen op economische groei” is de titel, maar zijn ambitie om invloed van de woningbouw op conjunctuurschommelingen te dempen sprak aan.

Henk Nijboer pleitte onlangs voor meer regie van het Rijk in de woningbouw. Daarover heb ik mijn beleefde twijfels uitgesproken. Maar Maarten Camps’ denkbeelden sluiten aan bij wat Henk Nijboer eerder opperde. Zijn argumentatie helpt evenwel maar weinig.

Camps wil geen procyclisch beleid, minder volatiliteit in de vraag en continuïteit in de bouw. Daar lijkt me weinig op tegen.

Hij doet vier beleidssuggesties: hypotheekrenteaftrek sneller afbouwen, een bouwfonds, de grondwinsten apart zetten, stabiliserend woningmarktbeleid.

Het H-woord

De hoogconjunctuur en de lage rente maken het logisch aan de HRA te morrelen. Dat klopt. Maar de verhitte markt jaagt de prijzen op, waardoor starters buiten de boot vallen. Kan demping van nog een paar breukdelen van een rentepercentage helpen? De markt is zo heet, dat het even sist…

Het idee raakt aan de verhouding tussen huur- en koopsector. De kopers hebben al grote voordelen binnen kunnen halen door de lage rente en de vermogensvorming door (al weer jaren) prijsstijging, die de huurders niet hebben genoten.

De ongelijkheid in inkomens en vermogens wordt sterk door onze woningmarkt gevoed. Intergenerationeel gaat het ook ergens over: de bezitter van het huis brengt het opgebouwde vermogen ten gunste van zijn erfgenamen, wat de ongelijkheid onder jongeren verscherpt. De studiefinanciering speelt hierin ook een rol.

Bouwfonds

Met een fonds kun je in laagconjunctuur de bouwproductie op niveau houden, meent Camps. Dat is natuurlijk zo. Maar waarom moet je een fonds maken? Binnen VROM waren wel discussies over de grote vermogens van woningcorporaties. Heel goed dat ze wat vlees op de botten hebben, zeiden de topambtenaren dan: zo kunnen ze anticyclisch investeren.

Hier wordt het buskruit opnieuw uitgevonden. Het fonds kan per extra woning de corporaties een subsidie aanbieden, “b.v. te financieren uit de verhuurdersheffing”. Je wrijft je ogen uit: die heffing is ingevoerd omdat de corporaties het geld konden missen en de rijksbegroting het nodig had.

Slimmer dan objectsubsidies is het de woningcorporaties weer te laten investeren. Het Rijk kan beter niet proberen interventies te doen op lokale en regionale woningmarkten. Ambtelijk kan men weten dat interventies op markten, die globaal verbonden zijn èn lokaal specifiek zijn, niet iets is waar de Haagse bureaucratie in uitblinkt? De vergelijking met het bevorderen van schone auto’s dringt zich op.

Grondwinsten apart zetten

Camps stelt vast dat de gemeenten zich in de grondhandel gedragen als winstgerichte ondernemingen. Ook dat ben ik grotendeels eens. Maar hoe denkt hij een deel van de gemeentelijke winsten apart te zetten en te oormerken? Hoe denkt hij “dwingende maatregelen” te nemen als “private grondeigenaren niet binnen een bepaalde termijn overgaan tot bebouwing”?

De Franse Revolutie noemt de private eigendom “onschendbaar en heilig”; lastig obstakel. Het lijkt mij in strijd met alle bestuurlijke verhoudingen en richtingen: het Rijk met de vingers in de gemeentekas, het Rijk als toeziend voogd op de gemeentelijke en provinciale planuitvoering. Rond de eeuwwisseling hebben we de inspecties van VROM opgeheven, in 2006 zelfs het hele departement. Zou BZK die rol als toezichthouder en bemoeial nu beter kunnen vervullen?

Bouwplannen conform de demografische behoefte zijn zeker nodig: maar daar hebben we lokale en regionale overheden voor. Camps zal zeggen dat die het niet goed doen en verwijzen naar de oververhitting van de koopmarkt en de tekorten aan betaalbare woningen. Dat is waar, maar de oorzaken daarvan liggen bij het Rijk. Camps erkent dat veel rijksbeleid juist procyclisch heeft gewerkt.

Stabiliserend rijksbeleid

Wat voor het Rijk optimaal is, behoeft dat niet voor provincies en gemeenten te zijn, opnieuw eens. Maar daarmee is een terugkeer naar rijks sturing van de woningproductie nog niet gelegitimeerd.

Gemeenten kiezen verschillend, maar daar is weinig tegen. “Betekenis is lokaal”, meende Paul Frissen, in zijn Heerma lezing van 2003. Ik zeg als gepensioneerd volkshuisvester dat het probleem iets ingewikkelder ligt.

Zeker, de woningmarkt versterkt de bewegingen in de economie, maar rentestand en kapitaalstromen zijn voor regionale en lokale besturen niet te controleren. Maar ook het Rijk heeft weinig effectieve instrumenten. Als de verschillen tussen lokale en regionale markten groot zijn, laat de bestuurders die daar acteren hun ding doen.

Er zijn interventies van Rijks zijde nodig, maar benoem die dan met enige precisie. Arno Visser heeft in zijn stuk in Elseviers (januari) een verbijsterend beeld geschetst van de effectiviteit van fiscale sturing. Het kost veel, politieke besluitvorming er over is gebrekkig en de meetbaarheid en evalueerbaarheid van de effecten laat veel te wensen.

Nijboer keert zich terecht tegen wild marktgedrag in de sociale woningsector. Zeker, productie van betaalbare woningen moet bevorderd worden, de bescherming van de laagste inkomens verbeterd. Maar een diffuus pleidooi voor meer sturing van het Rijk zal weinig inspiratie of rendement opleveren. Het is tijd dat “Den Haag” wat minder Haags gaat denken.

 
 

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.