Een zakenkabinet als tussenstap

Door: Tom van Doormaal en Peter van Hoesel

Tom van Doormaal is politicoloog en voormalig beleidsambtenaar, secretaris Netwerk Politieke Innovatie en lid PvdA. Peter van Hoesel is bestuurskundige en voormalig beleidsonderzoeker, voorzitter Netwerk Politieke Innovatie en lid D66.

Een nieuwe bestuurscultuur komt niet vanzelf. Met deze bijdrage bevelen wij aan om hiervoor een tussenstap te zetten die de ontwikkeling naar een nieuwe bestuurscultuur kan versnellen. Die tussenstap is een zakenkabinet dat breed wordt ondersteund door het parlement en dat de opdracht krijgt om een politieke en bestuurlijke  omslag te bewerkstelligen.

In deel 1 van deze bijdrage zetten wij uiteen wat die nieuwe bestuurscultuur concreet behelst.

In deel 2 maken wij een voorstudie van een nieuw regeerakkoord dat hierbij past en dat vanwege het vernieuwende karakter juist door een zakenkabinet goed kan worden uitgevoerd.

DEEL I: NAAR EEN NIEUWE BESTUURSCULTUUR

Aanleiding

Onze politiek is nogal in de war. De stuursignalen van de politiek naar de uitvoering werken vaak slecht en zijn soms onuitvoerbaar.

De politiek is versnipperd, wordt gewantrouwd en soms ook geminacht. Gebrek aan respect voor onze democratie is zorgelijk. Herstel daarvan kan, maar vergt een nieuwe aanpak. Over zo’n aanpak willen we het hebben in dit stuk.

De toeslagen affaire en het verlies aan menselijke maat is door twee parlementaire verhoren goed onderzocht. Dit heeft breed het inzicht gebracht dat het anders moet. De vraag is alleen: hoe? Kunnen we een nieuwe bestuurscultuur vestigen? Wat zijn de oorzaken van de bestuurscultuur die ons hindert? Is het de onstuitbare groei van complexiteit? Is het politieke proces van karakter veranderd door de ‘democratisering’ van de informatie? Toetst het parlement het voorgestelde beleid onvoldoende op criteria zoals uitvoerbaarheid, effectiviteit, rechtvaardigheid? Waarom is ook het parlement zelf weinig toegankelijk voor kritiek? 

Wat voor land zijn wij eigenlijk?

Wij zijn ‘een gaaf land’, maar dan toch vooral voor wie zichzelf kan redden. Voor vluchtelingen, zorgbehoeftigen, uitkeringstrekkers, jongeren met psychische problemen en voor sommige beroepsgroepen (zoals bijvoorbeeld boeren) ligt dat lastiger.

Zijn wij ‘sociaal’? Wel in de strijd tegen het water: dan vinden we elkaar in dijkbewaking, in waterschappen en alle organisatie die daarbij hoort. Maar verder doppen we graag de eigen boontjes, zijn we soeverein in eigen kring, hechten we aan ons eigen onderwijs, willen we vrijheid om te kunnen doen wat je wilt. 

Bestuurlijk eigenzinnig zijn we wel: 12 provincies, 22 waterschappen, 352 gemeenten, vele intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, allerlei regionale samenwerkingsverbanden, allerlei inspecties/toezichthouders en vele uitvoeringsorganisaties zijn elk op hun manier bezig, met uiteenlopende resultaten. Dit wordt ook wel ‘bestuurlijke drukte’ genoemd. Het is de vraag of er goed beleid van de grond komt als de VNG ergens tegen is, wanneer uitvoerders niet zijn geraadpleegd over nieuwe beleidsmaatregelen, als overheden elkaar in de weg zitten met overlappende activiteiten, als gebrek aan nationale regie leidt tot lappendekens en soms ronduit tegenwerking.

Ons land verdient veel in het handelsverkeer en het geldkapitalisme, is wereldwijd de tweede producent van agrarische producten, telt mee in veel industriële sectoren, heeft grote logistieke mainports ontwikkeld, speelt een beduidende rol op het gebied van cultuur. Terecht is de economische transitie na corona centraal gezet door informateur Tjeenk Willink. Diverse grote problemen komen daarbij om effectieve oplossingen vragen, zoals: het klimaat, uitstoot van stoffen die slecht zijn voor gezondheid en natuur, woningbouw, sociale ongelijkheid, een hopeloos complex belastingstelsel.

Is met de bestaande politieke cultuur een nieuwe regering wel in staat om de zware opdrachten die er liggen aan te pakken? Wat is nodig aan cultuurverandering om daar de juiste condities voor te scheppen? 

Waarop de aandacht richten?

Een nieuwe coalitie zal een poging moeten doen de fundamentele tegenstellingen een stap verder te brengen. Welke zijn die tegenstellingen en wat zou ons verder brengen? 

Voor het openbaar bestuur geldt de tegenstelling: centraal versus decentraal.

Sinds Thorbecke hebben we drie bestuurslagen, maar hoe moet het centrale niveau ruimte scheppen zodat andere bestuursniveaus hun werk zinvol en effectief kunnen doen? Het is misschien de lastigste vraag die het openbaar bestuur zich moet stellen. Het Rijk ‘decentraliseert’ maar wil tegelijkertijd tot in details controleren hoe andere overheden en uitvoerders met de overgedragen taken omgaan. Gemeenten hebben meer bestuurlijke verantwoordelijkheden dan vroeger, maar willen meer geld zien voor de uit te voeren taken. Uitvoerders krijgen taken voorgeschoteld die nogal eens lastig uitvoerbaar zijn. Dat is een moeilijk debat, omdat gemeenten slechts beperkt greep hebben op hun eigen inkomsten. 

Oplossingsrichting: aandacht voor de taakverdeling in het complementair bestuur, verruiming van het gemeentelijke belastinggebied, zorg voor een helder kader van taken en verantwoordelijkheden van de verschillende onderdelen van de overheid zonder onnodige overlappingen, waarbinnen alle actoren een zinvolle rol kunnen spelen.

Voor de samenleving is van belang: publiek of privaat

In de jaren tachtig kwam een golf van neoliberaal denken op gang, waarin de groeiende overheid het probleem was en de markt de oplossing, met als resultaat een enorme privatiseringsgolf. De weerstand tegen deze ontwikkeling is in het laatste decennium sterk gegroeid, mede onder invloed van de groeiende sociaaleconomische tegenstellingen. De markt creëert nogal eens excessieve verdienmodellen rond taken die voorheen in de publieke sector werden uitgevoerd. Ook een puur ambtelijke uitvoering werkt niet goed, dus er is een tussenvorm nodig die dit spanningsveld kan verhelpen. De sleutel naar een ‘beheerste marktwerking’ lijkt nog niet gevonden.

Oplossingsrichting: zonder in oude reflexen te schieten werken aan een tussenlaag van maatschappelijke organisaties met een specifiek takenpakket, specifieke verantwoordelijkheden en een specifieke juridische status. 

Voor de economie en welvaart is er nog een klassieke tegenstelling: arbeid en kapitaal.

Welke rol heeft de arbeid in het productieproces, hoe verdelen we loon en rendement en welke wettelijke regels hebben we daarbij nodig? Het is de materie van de platformeconomie, de deeltijdarbeid, uitbuitende contractvormen. Voor een deel is de flexibilisering die de ICT mogelijk maakt een emanciperende kracht, maar de onevenwichtige machtsverdeling op de arbeidsmarkt is een zorgelijk bijproduct. De groei van het aantal zzp’ers laat zien dat het onderscheid werknemer-werkgever niet zo absoluut meer is als een tijd geleden, maar de positie van schijnzelfstandigen is niet te vergelijken met die van zelfstandige professionals. 

Oplossingsrichting: de commissie Borstlap heeft hier een visie op ontwikkeld en de sociale partners hebben hierover inmiddels een deelakkoord bereikt. Voor ‘polder akkoorden’ is de verleiding dat de sociale partners selectief gaan winkelen groot, maar het gaat om de samenhang van de voorstellen. Wij bevelen aan om hierbij ook aandacht te geven aan de merites van een basisinkomen (dan wel negatieve inkomstenbelasting of verzilverbare heffingskorting).

Voor de economie is er ook nog een nieuwere tegenstelling: lokaal en mondiaal.

De globalisering heeft geleid tot enorme wederzijdse afhankelijkheden tussen economieën en bovendien tot vervoersstromen die slecht uitpakken voor milieu en klimaat. Het internet heeft dit voorts in de hand gewerkt doordat elke consument tegenwoordig wereldwijd bestellingen kan plaatsen. 

Lokaal produceren wordt ondertussen steeds meer gewaardeerd. De Coronacrisis heeft dit nog verder versterkt. Het Nederlandse bedrijfsleven verdient goed aan die vervoerstromen. Ook de economieën van lagelonenlanden hebben belang bij lange logistieke ketens. 

Oplossingsrichting: lagelonenlanden krijgen hoe dan ook na verloop van tijd te maken met hogere lonen, hetgeen ‘reshoring’ makkelijker maakt maar tegelijkertijd hun economieën versterkt. Ook robotisering levert een belangrijke bijdrage aan reshoring, omdat het aandeel van de loonkosten in het productieproces hiermee wordt verlaagd. 

Verbeteringen in het openbaar bestuur

Welke wezenlijke veranderingen in de bestuurlijke praktijk zijn nodig om tot een beter functionerende bestuurlijke cultuur te komen? We laten die hieronder de revue passeren.

Al deze veranderingen zijn niet makkelijk te realiseren binnen het huidige politieke klimaat. Voor een nieuw kabinet bestaande uit minstens vijf partijen lijkt het bijna ondoenlijk, zeker nu het onderlinge wantrouwen ook nog eens hoog is opgelopen. Een zakenkabinet zou dit volgens ons beter voor elkaar kunnen krijgen.

Een open beleidsproces

Beleid ontwikkelen in beperkte kring leidt tot suboptimale oplossingen en tevens nogal eens tot eenzijdige oplossingen.

Door burgers, bedrijven en uitvoerders actief te betrekken in het beleidsproces komen oplossingen tot stand die doelmatiger, doeltreffender, consistenter en rechtvaardiger zijn.

Daarmee creëer je bovendien draagvlak voor het ontwikkelde beleid.

Een open beleidsproces vraagt van alle betrokkenen andere houdingen, kennis en werkwijzen. Empathie en respect voor andere belangen is daar een centraal element in. Elk van die belangen gaat over perspectieven waarvan het zinvol is om die in beschouwing te nemen.

Het politieke proces zal wezenlijk moeten veranderen: het machtsstreven van de partijgangers en partijelites is te dominant in de vorming van ideeën.

Testen in de praktijk

Beleid werkt alleen als het veld er goed mee kan omgaan. 

Door beleid te ontwikkelen met de werkvloer kan er nieuw beleid ontstaan dat veel beter werkt, dan wanneer het alleen maar berust op visies van partij-activisten of belangenorganisaties. Denk daarbij bijvoorbeeld aan veldexperimenten, systematische terugkoppeling van uitvoerders naar het betreffende ministerie en beleidsevaluaties door middel van visitaties.

Op elk beleidsterrein betekent dit een serieuze verandering in functioneren en werkwijze van het betreffende ministerie. Zowel de ontwikkeling van het beleid als de uitkomsten daarvan zullen anders moeten worden georganiseerd. Het voorbeeld van de agrarische bedrijfstak dringt zich op.

Eenvoud als toetssteen

Ingewikkeld beleid kost meer, is vaak onrechtvaardig, ondermijnt de effectiviteit door conflicten op andere beleidsvelden en uitvoeringsproblemen. 

Door eenvoud als overkoepelend criterium te hanteren voor het overheidsbeleid vergroot de kans dat het beleid doelmatig, doeltreffend, consistent en rechtvaardig uitpakt. Door bij elk beleidsvoorstel expliciet te laten zien wat op deze punten wordt verwacht van het nieuwe beleid krijgt het parlement meer mogelijkheden om het beleid vooraf te toetsen.

Belangrijk is ook hier het politieke proces: ingewikkeldheid ontstaat vaak omdat politieke groepen hun (vermeende) achterbannen willen bedienen. Eenvoud is verbonden met algemeen belang.

Continu verbeteren

Beleid slijt. De samenleving verandert voortdurend, technologie biedt steeds weer nieuwe mogelijkheden, burgers en bedrijven lukt het steeds beter om bepaalde gevolgen van het beleid te ontlopen, invloeden vanuit het buitenland kunnen gaan botsen met het nationale beleid. 

Maatregelen moeten daarom niet in beton worden gegoten, maar er moet ruimte zijn om beleid voortdurend te verbeteren. Dat zou kunnen door systematische aandacht voor kwaliteit de organiseren, bijvoorbeeld als extra taak voor de ambtelijk top en/of door uitvoerders de nodige ruimte te geven om met verbetervoorstellen te komen, al of niet gegenereerd via experimenten, uitgevoerd door coalities van centrale en decentrale organisaties.

Beleid moet soms stopgezet/afgeschaft, omdat het de samenleving danig in de weg is gaan zitten. Het is daarom zinvol om elke beleidsmaatregel te voorzien van een horizonbepaling. 

DEEL II: VOORSTUDIE VOOR EEN NIEUW REGEERAKKOORD

De pleidooien voor het bespreken van de inhoud zijn roerend en verwarmend, maar veel is van die inhoudelijke gesprekken niet naar buiten gekomen.

Daarom proberen we een verkenning te doen op de terreinen, die van belang zijn voor de transitie naar een nieuwe wereld na corona. Daarbij gebruiken we kennis, ervaring en inzichten uit de praktijk en de wetenschap.

Geen van de beschreven onderdelen voor onderstaand ontwerp van een regeerakkoord is nieuw bedacht. Het zijn stuk voor stuk ideeën en voorstellen die door deskundigen eerder zijn opgeworpen, maar die in het huidige politieke klimaat weinig kans krijgen. Toch is het bij elkaar een vernieuwend regeerakkoord omdat het gaat om belangrijke veranderingen en impulsen op elk beleidsterrein. Wij denken dat zo’n vernieuwend regeerakkoord het beste kan worden uitgevoerd door een zakenkabinet, omdat het sneller zal gaan en omdat de politiek eerder zicht zal krijgen op de gunstige effecten hiervan. Niet alleen gunstige effecten op de verschillende beleidsterreinen maar ook een groeiend vertrouwen in de overheid en de politiek.

De relaties die wij hier en daar leggen tussen beleidsterreinen is minder gebruikelijk. Dat lijkt ons geen bezwaar. Het probleem is dat op veel terreinen de hindermacht groot is en weinig nieuwe mogelijkheden worden onderzocht en verkend. Politiek moet een strijd over ideeën zijn, maar die moeten in hun politieke betekenis serieus worden genomen. 

Een ander probleem betreft de verhoudingen in de trias politica: de traagheid en het onvermogen in de politiek en in de uitvoering schept ruimte voor de rechtspraak in het bestuur. De rechter legt nu aan Shell een tempo op voor de bijdrage aan klimaatdoelen. Gemopper daarover past niet. Als de politiek met zichzelf bezig is, moet de rechter optreden. Zulke uitspraken kunnen een brede betekenis krijgen.

Inkomensverdeling, woonlasten, belastingen, economie

Inkomensverdeling

De basisvraag van elk politiek systeem is die van de verdeling: wie krijgt wat, wanneer en hoe? De instrumenten die voor die vraag worden gebruikt zijn inkomensbeleid, sociale zekerheid, belastingen.

De eenvoudigste oplossing voor een evenwichtig inkomensbeleid is de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen (of varianten als een negatieve inkomstenbelasting of een verzilverbare heffingskorting), gecombineerd met een vlaktaks met in alle drie boxen een gelijk tarief, met gelijktijdige afschaffing van alle inkomensregelingen en aftrekposten. Dit pakt goed uit voor de arbeidsmarkt, omdat de armoedeval verdwijnt en mensen de vrije keuze krijgen werk te doen dat hen past. Dat mensen lui worden van ‘gratis geld’ lijkt een misvatting, want een leven op de divan is een schamel bestaan, waarvoor minder dan 2% kiest.

Meedoen wordt in de bestaande verhoudingen op talloze manieren belemmerd en de calculerende burger is een creatie van het bestaande beleid. Die belemmeringen worden door een basisinkomen geheel opgeheven. Voor de lage inkomens pakt het goed uit, omdat het basisinkomen wordt verhoogd met de inkomsten uit arbeid.

Woonlasten

Een rechtvaardige verdeling van inkomen wordt sterk beïnvloed door de woonlasten, die door persoonlijke geschiedenissen en talloze regelingen heel verschillend uitpakken, zonder dat die verschillen zo bedoeld zijn. Een vroege koopwoning levert een lage aankoopprijs op en langjarig fiscaal voordeel. Een sociale huurwoning geeft de stijgende waarde van het vastgoed niet door aan zijn huurder, terwijl het huurprijsbeleid het nadeel voor de huurder ten opzichte van de koper bij de huidige rentestand versterkt.

Een lappendeken van regels en subsidies maakt het thema woonlasten tot een gordiaanse knoop, waarin verkeerde effecten van beleid op de huishoudens vorming bijdragen aan de verstarring op de woonruimte markt.

Door de schaarste stijgt de prijs van woonruimte. Maar is die schaarste onontkoombaar? Andere fiscale en woonruimte verdelingsregels leiden tot een andere huishoudensvorming, waardoor de schaarste en de overspannen vraag worden gerelativeerd.

Belastingen

Onderzoek en studies hebben aangetoond dat er vreemde onregelmatigheden zitten in de inkomstenbelasting. Een stelsel van negatieve inkomstenbelasting (ofwel een basisinkomen) zou dat kunnen verhelpen. Een serieuze discussie hierover wordt ontweken.

De EU heeft herhaaldelijk kritiek geuit op de fiscale aftrekbaarheid van hypotheekrente waardoor de vraag naar eigen woningbezit kunstmatig wordt verhoogd. De huurtoeslag heette voor de overdracht naar de belastingdienst ‘individuele huursubsidie’, wat een betere aanduiding lijkt.

De besluiten van een ‘calculerende’ burger over zijn woonsituatie wordt, naast het thema van schaarste en beschikbaarheid van passende woonruimte, bepaald door regelingen die het inkomen bepalen, zoals b.v. de voordeurdelersregeling. De woningzoekende calculeert inderdaad: als hij woonruimte verliest en meer moet gaan betalen, is zijn besluit dat hij blijft zitten waar hij zit. Zo scheppen de belasting en inkomensvorming een probleem op de woningmarkt. Er is vermoedelijk woonruimte genoeg om iedereen te laten wonen.

Economie

Van een gelijk speelveld in de economie is geen sprake, omdat grote bedrijven op vele manieren worden voorgetrokken, via aanbestedingsbeleid, belastingen, subsidies, ingewikkelde regelgeving en via de enorme marktmacht die hen zo toevalt en wordt toebedeeld. Tegelijkertijd is juist het MKB de motor van de economie, onder meer vanwege de hoge dynamiek die zorgt voor het merendeel van de innovaties in het bedrijfsleven. 

Meer speelruimte voor het MKB is dan ook gewenst. Afschaffen van allerlei voordelen van grote bedrijven en van beleggers zorgt voor een meer dynamische economie en tot een evenwichtiger inkomensverdeling, hetgeen goed uitpakt voor de gehele economie.

Veel geld wordt verdiend met beleggen en via reclames, zonder dat daar veel toegevoegde waarde tegenover staat. Integendeel, dit leidt vooral tot afromen van de gewone economie omdat consumenten uiteindelijk hiervoor het gelag betalen. Terugdringen van dit afroommodel kan bijvoorbeeld via hogere belastingen op vermogen dan wel op inkomsten uit vermogen en een alternatieve effectenbeurs waarop geen snelle transacties mogelijk zijn. 

Volkshuisvesting en ruimtelijk beleid 

De woningmarkt

De EU signaleert een ernstige onbalans in onze economie, vanwege de oververhitte woningmarkt. Die onbalans moet in samenhang worden aangepakt. Ook DNB deelt die opvatting en bepleit grotere reserves bij banken tegen de risico’s van hypotheken.

Die gefaseerde aanpak omvat in ons beeld:

  • De hypotheekrenteaftrek moet en kan sneller worden afgebouwd;
  • De huurtoeslag zou verbouwd kunnen worden tot woontoeslag;
  • Het huurniveau in de sociale huursector zou blijvend verlaagd moeten worden;
  • De vermogenswinst van het eigen woningbezit zou belast moeten worden;
  • De grondpolitiek moet door de gemeenten kunnen worden gevoerd;
  • De woonruimte productie vraagt een combinatie van maatregelen.

Een belangrijk verband is die tussen hypotheekmarkt en pensioenreserve: ook daarin zijn onderzoek en discussie wenselijk. Onze overmatige schuld aan hypotheken wordt gecompenseerd door de grote reserves voor pensioenen. Het ABP en Jan Schaefer maakten deze koppeling al jaren geleden. Nieuw onderzoek is wenselijk.

Stappen woningmarkt: 

  • politieke erkenning dat een sociale huursector een forse omvang behoeft voor een effectieve concurrentie met de koopmarkt, tussen de 40 en 50% van de totale woningvoorraad;
  • bereidheid de huren van de sociale huursector opnieuw te bezien en te vergelijken met soortgelijk eigen woningbezit en mogelijkheden voor verlaging te verkennen;
  • voorbereiding van afschaffing van ongewenste marktinterventies, zoals huurtoeslag en HRA, met behoud van een herijkt sociaal huurprijsbeleid;
  • behoud en bescherming van de juridische positie van de huurder. (b.v. afschaffing tijdelijk huurcontract)
  • door meer ruimte te geven voor zelfbouw en gemeenten een sterkere positie te geven tegenover grondspeculanten kunnen de prijzen van nieuwbouwwoningen een stuk lager komen te liggen.

Ruimtelijk beleid

Om elke vierkante meter in ons land wordt gevochten. Landbouw, natuur, woningbouw, industrie, energieparken zitten elkaar stevig in de haren.

De afschaffing van het voormalige centrale beleid m.b.t. de ruimtelijke ordening heeft geleid tot een chaotische situatie, met als gevolg dat de kwaliteit van het landschap flink wordt aangetast. Zie bijvoorbeeld de ‘verdozing’ van het buitengebied en windparken met een forse impact op hun omgeving. Een centrale regie die ervoor zorgt dat de kwaliteit van het landschap niet wordt opgeofferd aan al die strijdende belangen is hard nodig. (Zie ons pleidooi voor een evenwichtig complementair bestuur; dat is er niet gekomen na afschaffing van het R.O. beleid)

Stappen ruimtelijk beleid:

  • Hoogwaardige en snelle verbindingen leiden tot hogere grondprijzen rond de halteplaatsen daarvan, die de financiële haalbaarheid van de investering doen stijgen;
  • Grond voor meer woningbouw kan gevonden worden in de noodzakelijke krimp van het productieoppervlak van agrarische bedrijven;
  • De kans voor een snelle woonruimte productie kan worden bevorderd door een hoogwaardige O.V. voorziening (Lely-lijn), gecombineerd met een New Towns -act naar Engels voorbeeld, waardoor grote woningproductie kan plaatsvinden onder nationale regie.

Arbeidsmarktbeleid

Onze stelling is dat centralistische en steeds complexere regelgeving de uitvoering en de uitvoerbaarheid van beleid negatief beïnvloedt.  De logische gevolgtrekking daarvan is daar iets aan te doen, in combinatie met onze aanbeveling van algemene aard over beleidsvorming van onderop.

In diverse teksten hebben wij die aansporingen gedaan, b.v. in brieven aan de informateurs over de mogelijkheid een experimentenregime in te stellen, waarmee de nationale bureaucratie, het regionale en lokale politieke gezag en welzijnsgerichte organisaties samen op zoek gaan naar nieuwe vormen en werkwijzen.

De betekenis van die gedragslijn kan niet hoog genoeg worden ingeschat. Niet langer maakt dan de nationale bureaucratie minimale en vaak complexe aanpassingen, die bedoeld zijn om de politieke wensen te bedienen, maar door lokale belanghebbenden worden beleidsaanpassingen ontwikkeld en voorgesteld, die het rendement van de inspanningen versterken. Lokaal worden vaak kansen gezien, die door het monopolie van het Rijk op onder meer inkomensregelingen worden gefnuikt.

In de rapportage van de cie. Borstlap is b.v. de aanbeveling te vinden om UWV en de plaatselijke sociale dienst te laten samenwerken bij re-integratie inspanningen, omdat de overgang van een UWV aanpak naar de gemeentelijke ‘zand in de machine’ strooit. Eerlijker was de constatering geweest dat UWV noch sociale diensten, noch cliënten geloof hebben in het nut van sollicitatietrainingen voor het verkrijgen van niet bestaande banen, dit nog los van het feit er veel effectievere methoden zijn om aan het werk te komen. Het huidige beleid ter bestrijding van werkloosheid lijkt een voorwaarde voor het ontwikkelen van depressiviteit bij alle betrokkenen.

Voor een systematische benadering van de mogelijkheden om lokale belanghebbenden serieus te betrekken bij het arbeidsmarktbeleid is een aantal dingen nodig:

  • De centrale overheid moet een experimenteerregime vormgeven, dat strategisch richting kan krijgen, niet kan worden misbruikt in de strijd om de verdeling van groot geld, en gebruik van resultaten bevordert op alle niveaus.
  • Voor de rijks bureaucratie houdt dit in dat de departementen (ihb SZW) andere werkwijzen moeten beproeven, waarmee ontstaan van nieuwe coalities en samenwerking in de regio worden bevorderd en het rendement op de inspanningen toe neemt.
  • Voor de lokale initiatieven betekent deze benadering dat gewerkt moet worden op twee fronten: de arbeidsmarkt toeleiding enerzijds en de ontwikkeling van geschikte arbeidsplaatsen/economische activiteiten anderzijds.
  • De nieuwe verhoudingen zullen in samenspel moeten worden ontwikkeld, daarom gaat het ons om een experimentenregime en het toegroeien naar nieuwe verhoudingen.
  • De verdere en samenhangende implementatie van de voorstellen van de cie Borstlap lijken urgent.
  • Tenslotte merken we op dat het weghalen van de armoedeval via een basisinkomen dan wel negatieve inkomstenbelasting dan wel verzilverbare heffingskorting een belangrijke bijdrage kan leveren aan een succesvolle arbeidsbemiddeling.



Openbaar bestuur en justitie

Gemeenten en provincies

Gemeenten hebben de laatste decennia veel taken erbij gekregen. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn mits ze over voldoende middelen kunnen beschikken, mits ze niet teveel aan de leiband van strikte regels van de rijksoverheid moeten lopen (waardoor ze niet optimaal kunnen werken) en mits ze openstaan voor invloed van hun burgers op de gang van zaken bij de gemeente. Aan de twee eerste punten kan de rijksoverheid wat doen, het derde punt moeten gemeenten zelf regelen. Hiermee kan ook worden voorkomen dat gemeenten zich laten bedotten door listige ondernemers, die via aanbestedingen nogal eens kans zien om gemeenten onnodig veel te laten betalen voor hun dienstverlening.  

Ons beeld is dat over de verhouding centraal-decentraal te weinig wordt nagedacht. Het dossier over de jeugdzorg is hiervan een goed voorbeeld. In een recente publicatie wordt het beleid van de gemeenten bij aanbesteden van zorg voorzien van kritiek. De praktijk van aanbestedingen in de zorg moet nader worden bezien. De groeiende vraag naar jeugdzorg en kosten daarvan hebben met die praktijk vermoedelijk veel te maken. 

De WGR regelt de samenwerking op lokaal niveau tussen bestuursorganen, maar ook hier groeit onvoldoende greep op wie wat doet tegen welk tarief. Het probleem van een vroegere minister van BZK was dat hij een bestuurlijke hervorming en schaalvergroting wenste, waarin hij min of meer alleen stond. Hierdoor bleef het enorme aantal WGR verbanden intact, en die kunnen zich aan democratische controle gemakkelijk ontworstelen. De provincie zou wellicht een sleutelrol kunnen krijgen bij de democratische controle op samenwerkingsverbanden. Een logische oplossing zou bovendien zijn om de taken van grote samenwerkingsverbanden te verhuizen naar het provinciale niveau. De provincies zouden die rol in de discussie op moeten eisen.

Verder zou bekeken kunnen worden of de taken van waterschappen bij de provincie kunnen worden ondergebracht, dat scheelt weer een bestuurslaag.

Binnenlandse veiligheid 

Naast algemene ordehandhaving heeft de politie meerdere taken op het gebied van criminaliteitsbestrijding. Dat laatste lijkt soms op dweilen met de kraan open als je ziet om hoeveel criminele activiteiten het gaat. Daarbij komt dat het een ongelijke strijd is omdat criminelen zich aan geen enkele spelregel houden terwijl de politie verplicht is om zich aan heel veel spelregels te houden.

Meer inzetten op preventie van criminaliteit zou de kansen voor de politie en daarmee voor de rechtsstaat kunnen verbeteren. Door probleemkinderen eerder te signaleren en hen nieuwe kansen te bieden kan worden voorkomen dat bepaalde groepen jongeren makkelijk kunnen worden verleid tot criminele activiteiten of dat ze zelf in de verleiding komen om het criminele pad op te gaan. 

Een andere vorm van preventie zou zijn om drugs te legaliseren en te reguleren. Het verbod op drugs zorgt immers voor een enorm verdienmodel voor criminelen, waarbij voor elke crimineel die wordt gestraft meteen weer andere criminelen in het gat springen. 

Witwassen van geld zou makkelijker bestreden kunnen worden via een omgekeerde bewijslast: een vermogende moet kunnen aantonen dat het niet gaat om verdiensten uit illegale activiteiten. Als dat niet lukt kan dat vermogen in beslag worden genomen.

Een zorgwekkende ontwikkeling is bovendien de cybercriminaliteit, die lastig te bestrijden is omdat de criminelen zich makkelijk kunnen verbergen (dikwijls verblijven zij in verre landen). De bestrijding hiervan moet nog meer dan bij ouderwetse criminaliteit worden gezocht in preventie. Dat is geen taak die door de politie zomaar erbij kan worden genomen, maar vergt een aparte aanpak. De overheid kan via een gespecialiseerde organisatie hierbij de weg wijzen aan bedrijven, publieke instellingen en burgers hoe ze hun cyberveiligheid dat het beste kunnen regelen.

Een zorgelijk aspect van de verarming van het platteland is de kwetsbaarheid van de achtergebleven agrarische economie voor de drugsindustrie. Daarom is een goed beleid jegens de krimp van de agrarische bedrijvigheid zeer gewenst, omdat daarmee criminaliteit kan worden voorkomen. Het ruimere kader hiervoor is uiteraard de rechtvaardigheid van het beleid, gericht op de agrarische krimp en de betekenis daarvan voor de stikstofproblematiek en de mogelijkheden om te bouwen. Ook de betekenis van de omvangrijke productie van voedsel speelt hierin mee en de bijdrage van de agrarische export aan de welvaart van ons land.

Justitie

Justitie heeft te maken met steeds meer zaken, onder meer vanwege ingewikkelde overheidsregels maar ook vanwege ingewikkelde contracten waar bedrijven en burgers mee te maken hebben en vanwege plannen van overheden waar burgers het niet mee eens zijn, denk bijvoorbeeld aan ruimtelijke ingrepen.

Door meer gebruik te maken van bemiddeling in plaats van rechtspraak kan een groot aantal rechtszaken worden voorkomen; via experimenten met bemiddelingsmethoden kan dat aantal op een hoger niveau worden gebracht.

Door ingewikkelde regelgeving te vereenvoudigen zullen als vanzelf minder rechtszaken nodig zijn. Een onderzoek naar regelgeving die veel rechtszaken met zich meebrengt kan laten zien welke regelgeving het meest in aanmerking komt voor vereenvoudiging.

Door burgers en bedrijven van meet af aan serieus te betrekken bij de beleidsontwikkeling zullen er betere plannen ontstaan die veel minder protest uitlokken. Overheden hebben daar nog betrekkelijk weinig ervaring mee. Ze zijn er ook huiverig voor, want de ervaringen met burgers zijn overwegend negatief. Maar dat komt omdat burgers pas worden geconfronteerd met beleidsvoorstellen als de overheid als meerdere stappen heeft gezet. Experimenten met burgerparticipatie en open beleidsontwikkeling kunnen laten zien wat hiermee te winnen valt voor zowel burgers als de overheid. Daarmee kan uiteindelijk een groot aantal rechtszaken worden voorkomen.

Door het afnemende vermogen van de politiek om tot effectieve wetgeving te komen, lijkt de rechter vaker te hulp geroepen bij het bepalen van gedrag van belangrijke maatschappelijke partners. (Urgenda vonnis, uitspraak Shell). Zo’n rechterlijke uitspraak is wat ons betreft een duidelijke aanleiding om de betreffende wetgeving aan te passen. Het is ook een wake up call: de politiek moet leveren en doet dat te weinig.

De roep om strengere straffen heeft geleid tot hogere strafopleggingen. Vanuit het slachtofferschap bekeken is dat begrijpelijk, maar het is helaas geen goede manier om recidives te voorkomen. Er zijn misdadigers waarmee geen land te bezeilen is, maar er zijn er veel meer die na het uitzitten van de straf weer kunnen meedoen als normale burger. Het TBS-systeem is vooral gericht op psychische stoornissen die al of niet kunnen worden verholpen. Een breder systeem is de reclassering waarmee elke gevangene te maken krijgt; de reclassering beschikt over een ruim palet aan instrumenten. Waarschijnlijk kan de reclassering effectiever worden als er meer ruimte komt voor experimenten om die instrumenten te kunnen verbeteren of vernieuwen.

Onderwijs, wetenschap, zorg

Onderwijs

Leerlingen worden op tamelijk jonge leeftijd voor keuzes gesteld, waarvan zij de gevolgen niet kunnen overzien. Ouders zijn geneigd zo hoog mogelijk in te zetten, met als risico dat er later een stap terug moet worden gezet of dat de school wordt verlaten zonder diploma. Door het onderwijs te voorzien van veel meer mogelijkheden voor herkansingen kan dit risico beduidend worden verkleind.

Gedacht zou bovendien kunnen worden aan een ‘dossierdiploma’, waarmee ook gedeeltelijke opleidingen gecombineerd met werkervaringen worden meegeteld. Dat dossier is uniek voor elke ingezetene en kan gedurende het gehele leven worden aangevuld.

Het zou goed zijn als onderwijs weer toegankelijk wordt voor volwassenen, waarmee ‘levenslang leren’ beter mogelijk wordt gemaakt en waardoor de toegang tot de arbeidsmarkt op latere leeftijd wordt verbeterd. Elke volwassene zou daarbij een leerrecht moeten krijgen waarmee op de arbeidsmarkt ruimte wordt geschapen om cursussen/leergangen/opleidingen te kunnen volgen.

Schoolbesturen hebben veel macht bij het besteden van geld voor het onderwijs. Daarbij valt op dat veel geld niet wordt besteed aan het primaire proces ofwel aan leerkrachten die lesgeven aan leerlingen en studenten. Nadere regelgeving die zorgt voor een evenwichtige besteding lijkt daarom noodzakelijk. Ook studie naar bestuurlijke effecten is van belang: de Haagse circulaires zijn geen bron van effectiviteit.

De status van leerkrachten is in de loop van de tijd afgenomen. Door hen meer zeggenschap te geven over de wijze waarop ze hun beroep uitoefenen en door hen een beloning te bieden die in goede verhouding staat met de het belang van hun professie kan daar het nodige aan worden hersteld.

Lesgeven voor de klas is nog steeds de dominante onderwijsvorm in het voortgezet onderwijs. Het lijkt zinvol om scholen te stimuleren om meer te gaan experimenteren met andere onderwijsvormen, zoals die in het hoger onderwijs voorkomen.

In het MBO zijn er twee soorten onderwijs: de BBL en de BOL. In het eerste geval krijgen leerlingen weinig les en veel werkervaring, in het tweede veel les en weinig werkervaring. Overwogen zou kunnen worden een tussenmodel na te streven dat beide soorten vervangt. Daarmee kan de aansluiting tussen het MBO en de arbeidsmarkt aanzienlijk worden verbeterd.

Wetenschap

Wetenschappers worden in belangrijke mate opgezadeld met het schrijven van onderzoeksvoorstellen die grotendeels nooit worden uitgevoerd. Het zou beter zijn om in elk geval jonge wetenschappers ruimere mogelijkheden te bieden om te laten zien wat ze waard zijn. Bijvoorbeeld door ze in staat te stellen om voorstudies uit te voeren in plaats van hun tijd te besteden aan onderzoeksvoorstellen.

De relatie tussen wetenschap en praktijk is op veel gebieden minder sterk dan zou kunnen. Het zou goed zijn als er meer instellingen zouden komen zoals ZonMw op het gebied van de zorg, waarvan zowel de wetenschap als de praktijk kunnen profiteren.

Zorg

Door meer vertrouwen te geven aan professionals in de zorgsector in plaats van een gedetailleerd systeem van voorschriften vanuit zorgverzekeraars, kan veel geld worden bespaard op de bureaucratie en op overbodige behandelingen. Andere vormen van bekostiging kunnen wellicht tot betere preventie leiden. (populatie bekostiging)

Er bestaan duidelijke verschillen in het presteren van zorginstellingen. Voor hetzelfde geld wordt door de ene instelling meer en betere zorg verleend dan door de andere. Best practices worden niet zomaar van elkaar overgenomen. Uitkomsten van experimenten worden vooral gebruikt in de instellingen die bij experimenten waren betrokken. Door instellingen meer incentives te bieden om op zoek te gaan naar elkaars best practices kan het rendement van de zorg aanzienlijk worden verbeterd. 

Door meer aandacht te geven aan gezonde leefstijlen en het vermijden van allerlei risico’s kunnen veel ziektes/aandoeningen worden voorkomen. Daarbij moet niet alleen worden gedacht aan voorlichting, maar vooral ook aan directe stimulansen, denk bijvoorbeeld aan financiële stimulansen om ongezond voedsel te vervangen door gezond voedsel.

Met voornoemd basisinkomen (dan wel negatieve inkomstenbelasting of verzilverbare heffingskorting) zal het welzijnsniveau stijgen, waardoor veel ziektes kunnen worden voorkomen.

Farmaceutische bedrijven hebben veel te danken aan onderzoek dat door de overheid wordt betaald. Daarvoor mag als tegenprestatie worden verlangd dat ze geen buitensporige prijzen rekenen voor medicijnen, ook wanneer het gaat om medicijnen voor zeldzame ziekten. Apothekers zouden voorts meer ruimte moeten krijgen om zelf medicijnen te produceren, ter bestrijding van hoge kosten.

Internationale zaken

Defensie

Op het leger is in de loop van de tijd flink bezuinigd, zelfs zodanig dat het geen eigen slagkracht meer heeft. Samenwerking met andere landen en binnen de NAVO lijkt hiervoor een oplossing, maar de nationale bijdrage aan de Europese defensie is langzamerhand onder de maat. Een goede oplossing zou zijn om te streven naar een Europees leger, maar dat ligt gevoelig omdat velen vinden dat ons land dan niet meer soeverein zou zijn. Die gevoeligheid zorgt echter voor een soort patstelling die niet ten goede komt aan de kracht van het leger.                                                            

Internationaal beleid

De EU zal sterker moeten gaan opereren op het wereldtoneel om ervoor te zorgen dat landen zoals Rusland, China, de VS niet hun wil gaan opleggen aan de EU. Het is voor deze landen maar ook voor andere landen buiten de EU niet zo moeilijk om de lidstaten van de EU uit elkaar te spelen. Het zou daarom goed zijn als de EU met de lidstaten tot een aanpak gaat komen die ervoor zorgt dat de EU meer grip krijgt op de geopolitiek.

Transport, logistiek, verkeer

Het internationale handelsverkeer, de reisdrang bij consumenten, de lage prijzen van vliegreizen, bestellingen via het internet, het woon-werkverkeer zorgen bij elkaar voor een forse (over-)belasting van wegen, rivieren/kanalen en zeeën, het luchtruim, met onder meer negatieve gevolgen voor milieu en klimaat.

Via fiscale maatregelen zou deze ongeremde mobiliteit deels kunnen worden teruggedrongen. Bijvoorbeeld door brandstoffen stapsgewijs  in alle vervoerssectoren net zo zwaar te belasten als benzine bij de pomp. Voor de Jet Propulsion leidt dat to hogere prijzen van vliegreisjes.

Ontwikkelingslanden en vluchtelingen

Door ontwikkelingslanden meer kansen te geven om hun economie te verbeteren zullen er minder economische vluchtelingen naar Europa komen. 

Geef zulke landen meer toegang tot de Europese markt, bijvoorbeeld door de landbouwsubsidies af te bouwen en/of door voor hen gunstige handelsakkoorden te sluiten. Geef ontwikkelingshulp in de vorm van een basisinkomen waarmee de burgers uit die landen niet langer bezig hoeven te zijn met dagelijks overleven maar zich kunnen wijden aan economische activiteiten. 

Milieu en klimaat

Milieuverbetering nastreven via beleid dat is gericht op consumenten is niet erg effectief en kost veel geld. Beleid dat is gericht op het begin van de productieketens is veel effectiever en hoeft niet veel te kosten.

Het klimaatprobleem vraagt om snelle en stevige maatregelen. Het is daarbij wel van belang om meerdere opties open te houden en niet eenzijdig in te zetten op alleen maar wind- en zonneparken. Kernenergie ligt gevoelig, maar moderne centrales worden steeds veiliger, ook qua afvalproblematiek. Waterstof via zonne-energie die wordt opgewekt in zonnige streken (bv. de Sahara) kan een goede vervanger zijn voor fossiele brandstoffen. Door windmolens op zee in te dijken, kan de volatiliteit van de windenergie worden geëgaliseerd.

Besparing van energie is vooralsnog het meest effectief, dus daarop meer inzetten kan een grote bijdrage leveren aan het bereiken van de klimaatdoelen. 

3 gedachtes over “Een zakenkabinet als tussenstap

  1. Tom schrijft veel gewaardeerde stukken, maar met dit stuk ben ik het op hoofdlijnen hardgrondig oneens met hem.

    Ik ben zeer tegen een zakenkabinet. We hebben niet minder maar meer ideologie en politiek nodig. De technocratisering van de politiek, die in dit stuk onbesproken blijft, is juist het probleem, en dus zeker niet de oplossing. Er is enorm behoefte aan een groot verbindend ideologisch verhaal.

    Wat technocratisering brengt, laat het stuk duidelijk zien. Technocratische ‘oplossingen’, die niet uitgaan van wat er echt mis in de maatschappij: een technocratisch bestuur, dat mensen vermaalt, intimideert, vernederd en discrimineert. Een enorme inkomens- en vermogensongelijkheid, bijna net zo groot als in de VS, die praten over gelijke kansen illusoir maakt en zelfs tot enorme ongelijkheid in levensverwachting leidt. Een arbeidsbestel met 19e eeuwse arbeidsverhoudingen. Een enorme armoede en private schuldenproblematiek. Een beschamende verwaarlozing van onze publieke sector. Een belastingstelsel, een onderwijsstelsel en een zorgstelsel die ieder de ongelijkheid versterken in plaats van bestrijden. Een economie die roofbouw pleegt op de kansen van onze kinderen, en een verduurzamingspolitiek die de bestaande ongelijkheid ook nog eens dreigt te versterken. Een enorm tekort aan betaalbare woningen door teveel marktwerking en door fiscale subsidiëring. Etc.

    Daar verandert dit verhaal niets aan. Opnieuw wordt het universeel basisinkomen als panacee voor alle ongelijkheid, de armoedeval, en de armoede gezien. Het tegendeel is waar. Zo’n basisinkomen voor iedereen, zeker in combinatie met een vlaktax zal de armoede en ongelijkheid nog verder versterken, arbeid nog duurder maken en enorm veel geld verspillen aan mensen die het nodig hebben. Dan wordt ook nog eens Borstlap omarmt, inclusief de onzalige plannen om vast werk te flexibiliseren. Terwijl nu juist een veel beter SER-advies daarover is verschenen. En de woningnood wordt gerelativeerd met een pleidooi voor minder overheidsinterventies. Onbegrijpelijk. Er is juist meer overheidsinterventie nodig, maar anders dan nu, ten faveure van een brede beschermde huursector voor lagere én middeninkomens.

    Op onderdelen ben ik het wel eens, zoals met het pleidooi voor meer eenvoud. Maar op hoofdlijnen wordt dat wat mij betreft op precies de verkeerde manier uitgewerkt.

  2. Tegen zoveel misverstanden, kan ik niet op.
    Gerard heeft voor veel van mijn geschriften waardering, maar waarom dan?
    Gerard is het met dit stuk hartgrondig oneens, maar waarmee en waarom dan?
    Hij ziet niets in een zakenkabinet. Ik ook niet. We schreven het op als provocatie voor de partij elites, die nu al drie maanden er in slagen de vorming van een nieuwe regering te blokkeren. Het was dus geen suggestie, maar pesterij. Wel leuk dat Gerard daar in trapt.
    Veel is verdachtmaking: wij zijn door een gedeeld “proletarisch sentiment” lid van dezelfde partij, dus ik vind het niet prettig dat hij de suggestie wekt dat ik van het sociaaldemocratisch pad af ben.
    Over het SER advies ben ik b.v. positief, zoals de SER positief is over Borstlap
    Jammer is ook zijn standaard reactie op inkomensvorming. Wij schrijven over het basisinkomen, maar ook over de varianten negatieve inkomstenbelasting of verzilverbare heffingskorting, waar b.v. ook de SER het over heeft. Het lijkt of voor Gerard geen pandemie heeft plaatsgevonden, waarin iets fundamenteels is getoond: dat overheden wel degelijk mogelijkheden hebben om inkomens van hun burgers op grote schaal te garanderen.
    De woningnood wordt gerelativeerd met een pleidooi voor minder overheidsinterventies? Waar leest hij dat? Wij pleiten voor onderzoek naar het verband tussen woonlasten en inkomensbeleid, voor huurverlaging ter compensatie van het voordeel dat kopers boven huurders hebben vanwege de lage rentestand.
    We hebben meer politiek en ideologie nodig, dat zijn we met elkaar eens. Maar dan zullen we wat subtieler naar de realiteit moeten kijken. De voorkeursvariant van D66 voor een nieuwe coalitie is met PvdA en GL als partners een rukje naar links, waar de voorafgaande vier decennia vooral in de richting van de markt is gekoerst. Maar voor meer macht voor een politiek linkse combinatie, terwijl onze eigen partij en GL de laagste stembusuitslagen van de geschiedenis boekten, is niet veel democratische argumentatie te vinden.
    Met een gecombineerde inspanning van PvdA, GL, D66 en echte liberalen zou de averij van een decennium Rutte zijn aan te pakken. Door alleen met reflexen te reageren, komen we niet ver.

  3. Anders dan Tom vind ik een zakenkabinet juist wel wenselijk, omdat daarmee eindelijk eens de rationele benadering een kans krijgt. De huidige politiek wordt gedomineerd door emoties, incidenten, belangen en opportunisme, met als gevolg beleid dat bepaald niet optimaal functioneert.
    Met een zakenkabinet kan worden aangetoond dat er veel beter beleid mogelijk is, waarna een gewone regering daar vervolgens hopelijk de nodige lessen uit zal trekken.
    Tegenstanders van een basisinkomen begrijpen niet hoe het werkt, dat blijkt ook weer uit bovenstaande reactie van de heer Bosman. Laagbetaalden gaan er juist op vooruit en hoogbetaalden gaan meer bijdragen, zeker als tegelijkertijd de voordelen van de boxen 2 en 3 worden opgeheven.
    Technisch gezien komt een basisinkomen (of negatieve IB of verzilverbare heffingskorting) neer op het onvoorwaardelijk maken van de onderkant van het inkomensgebouw.
    Peter van Hoesel

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.