Verstandige politiek en hoe eraan te komen

Door: Tom van Doormaal

De politiek is niet erg verstandig als het gaat om feiten. De inzichten, die uit onderzoek komen of die door experts, zoals de Algemene Rekenkamer worden geadviseerd, zijn niet erg in tel. Ik geef een paar voorbeelden.

Mankracht en computers ontbraken, maar de Belastingdienst moest de uitvoering van de bijdrageregeling Kinderopvangtoeslagen doen. Het lijkt dedain: ‘u voert het beleid maar uit’. Zure regen en de Natura 2000 benadering van Europa zijn al decennia een probleem, maar we zijn nu verrast dat de schade echt optreedt.. Wie heeft er niet opgelet of niks gedaan? We zijn menselijk, maar al maanden slapen asielzoekers buiten in Ter Apel; er is geld genoeg voor opvang, maar te veel hindermacht lokaal. Dus het woningtekort is de uitvlucht.

Bestuurskundige Snellen zegt: ”Een van de hoofdproblemen van moderne staten is het klaarblijkelijke onvermogen van regeringen en bestuursapparaten om de wetten uit te voeren en de burgers een passende aanwending van het recht te garanderen”. (p.92) Het is een lapidaire constatering, die zowel het routinebeleid, als het opruimen van crisissen raakt.

Misschien helpt meer onderzoek, al zou je dat in de stikstofdiscussie niet zeggen: “De verhouding tussen onderzoek en beleid zou bij de overheid positief kunnen worden wanneer het belang van burgers voorop wordt gesteld.” Zo formuleert een bevriende collega het.

Maar bij democratische politiek staat toch het belang van de burgers altijd voorop? En als dat niet zo is, wat is er dan aan de hand en wat staat er dan wel voorop? Waarom volgt het beleid niet beter de weg, die door wetenschap en onderzoek wordt gewezen? Gaat het daar wel om of is er een politieke logica, die bepaalde visies op de werkelijkheid moet bedienen?

Snellen ziet het overheidsbeleid gevangen tussen politieke, economische, juridische en wetenschappelijke rationaliteit. Zo kan de politiek verantwoordelijke wijzen op het volgen van de wetenschap, terwijl dat weinig gebeurt. En indien wel: slaagt het beleid dan in de noodzakelijke afstemming? Het Ministerie van Financiën schijnt nu een andere visie op het stikstof probleem te hebben dan de eerst verantwoordelijke ministers; het gaat om geld, zeker, maar dat betekent toch niet dat verwarring moet worden gevoed…

Rationeel beleid

Rationeel beleid is niet van morele aard, zegt niets over wat we willen, maar geeft de wegen aan hoe de gekozen doelen efficiënt te bereiken. Maar gaat dat goed? Kunnen we een strikt onderscheid maken tussen doelen en middelen? Tussen feiten en waarden? In een bureaucratie worden de middelen om dingen te doen volstrekt gescheiden behandeld van hetgeen gedaan wordt.

Zo wordt ons begrip van rationaliteit vreemd onsamenhangend. Soms hebben we het over middelen, soms gaat het om doelen. Soms heeft het niets te maken met morele keuzen van goed en fout. Soms is het een manier om problemen op te lossen, maar soms ook is rationaliteit de oplossing voor alle denkbare problemen. (David Graeber, The Utopia of Rules)

Maar veel keus is er niet, want “Ordnungsmenschen” zijn nodig. Zij voeren hun bestuurlijke plichten uit, zonder aanzien des persoons. Max Weber vroeg in Amerika eens waarom mensen stemmen op lieden die inferieur zijn aan henzelf: “we spugen op hen, zeiden de kiezers, maar als ze goed getraind en gekwalificeerd op hun banen terecht komen, spugen ze op ons”. Een mooie anarchistische ambivalentie…

Maar in het bestaan van alle dag ligt de handhaving van het openbaar bestuur noodzakelijk en onvermijdelijk in handen van de ambtenaren, meende Weber. Ik denk het ook.

Politiek en ambtelijke organisatie

Wie mij volgt, ziet dat ik niet spreek over het parlement of politieke partijen, ook niet over de ambtenaren, maar over de combinatie daarvan, die ik maar even het ‘politieke systeem’ noem. Ik vind daarvoor steun bij mijn leermeesters Dahl en Lindblom: “Rational social action requires processes for both rational calculation and effective control.” (p.21)

“Control over government decisions is shared ´ zodat de voorkeuren van de ene burger niet zwaarder wegen dan die van de andere (p.41) in het belang van politieke gelijkheid.

Als ik er goed over nadenk, snap ik dat de bestaande politieke macht terughoudend is om binnen het systeem van hun sturing een wetenschappelijke wijsneus toe te laten. Zeker als die van buiten komt. Mijn eerste ambtelijke betrekking was bij de interne Directie Onderzoek van het Ministerie van Volkshuisvesting. Waarom heb je een interne onderzoekafdeling vroeg ik. Het was een manier om de verdeling van de middelen voor de huisvesting te legitimeren door eigen onderzoek. Ik snapte dat activistische wethouders hierdoor geen kans kregen. Maar de Directie bestond niet erg lang.

“Hoe aan experts de keuze van feitelijke aannames te delegeren, zonder ze een ongewenste keuze te geven tussen precies die doelen die optimaal bereikt moeten worden, is evenwel een immens probleem. In deze zin is delegatie aan experts zowel een onmisbare hulp en een nimmer aflatende bedreiging voor rationele calculatie.” (Dahl en Lindblom, p.73, vertaling van mij)

Het zijn enkele opmerkingen uit een klassiek leerboek. Zij tonen de ingewikkeldheid aan van de sturing en de politieke en ambtelijke verhoudingen, die daar invloed op uitoefenen.

Politiek als vormgeving

Maarten Hajer noemde zijn oratie “Politiek als vormgeving”; 16 juni 2000 uitgesproken in Amsterdam.

Hij noemt politieke besluiten symbolische sluitstukken van discursieve machtsvorming. Hij ziet de politiek als elkaar verhalen vertellen, story lines. “Een beleidstaal functioneert zo als een belangrijk mechanisme voor selectie en uitsluiting. Iedere ontmoeting, iedere receptie, iedere vergadering of presentatie is er niet alleen om zaken te doen maar om de taal van de macht te kunnen blijven spreken.”(p.24)

Mark Chavannes verklaart bij de Correspondent het opmerkelijke record van Mark Rutte, die kennelijk de taal van de macht kan spreken. Kennis kan politiek vervangen of politiek verbergen. Maar de argumentatie als vorm van interactie is bepalend voor het gemeenschappelijke discours, die argumenterend of converserend van aard kan zijn. “De bestuursmachine-Rutte nam zijn toevlucht tot talloze ‘tafels’, ‘kamers’, bemiddelaars, gezanten, ‘akkoorden’ en ‘plannen van aanpak’ met vertegenwoordigers van deelbelangen. Die hielpen de regels oprekken terwijl de klok doortikte en de problemen verergerden.”

Misschien is dat het probleem: de poging de politiek vorm te geven als losse institutionele vorm deugde wel, maar de politieke inhoud ontbrak. Daarom kregen allerlei verstandige adviezen geen vervolg en uitvoering. De fragmentatie van de politiek is bovendien belemmerend voor de discursieve verbinding en de vorming van nieuwe politieke ruimten.

Om bij de politiek van alledag te blijven: de logica waarmee gepoogd wordt via de bemiddelaar Remkes tot nieuwe discourscoalities te komen met de boeren, lijkt mij voor de hand liggend. Alleen, als de radicale boeren hun hoop vestigen op een rapport van twee hoogleraren, met nieuwe conclusies, haakt de D66-specialist uit het parlement af, want er was al een beeld gevormd.

Maar de koppeling tussen belangen moet naast een gemeenschappelijk ervaren probleem, komen uit de gemeenschappelijke identiteit en “beleid dat identiteiten miskent, is gedoemd te mislukken.” Is er nog een gemeenschappelijke identiteit?

“Bovendien is de kennisintensiteit en de onzekerheid rond beleidsvraagstukken hoog en in die gevallen is een gedeelde identificatie met beleidsinterventies noodzakelijk voor succesvol beleid.” Dit zijn weer opmerkingen van de bestuurskundige aartsvader Snellen.

Concluderend

Wat zou de PvdA kunnen met deze gedachtenlijn?

Er is een grote behoefte aan rationele en gedragen politiek, die zich op onderzoek en afgewogen adviezen baseert. Die politiek ontbreekt omdat de processen in de samenleving onvoldoende gevormd worden en een gedeelde identificatie ontbreekt.

Mooi voorbeeld: het bezoek van Henk Nijboer en een collega van de SP aan gedupeerden van de aardbevingen in Groningen. Geld is er, maar er moet en zal gestuurd worden op details en sober en doelmatig ook nog. Het levert woede, frustratie en vertraging op.

Je zou moeten zorgen voor die nieuwe vormen van discussie en besluiten, maar wel met een verbinding met het verbrokkelde politieke landschap. Mijn idee: probeer eens twee gebieden: de aardbevingsschade en de toeslagenmisere. De politiek is daarover redelijk eensgezind. Dat moet inzicht opleveren in hoe je beleid moet uitvoeren. Dat weten we niet meer. Als dat inzicht verbetert, kunnen we aan de slag

De thema’s zijn levensstandaard en inflatie, woningtekort, klimaat en boeren: het probleem is de gedeelde identificatie. De verdeeldheid in de politiek helpt niet, maar de techniek van problemen oplossen kan verbindend werken.

Advertentie

Een gedachte over “Verstandige politiek en hoe eraan te komen

  1. Robert Reich schrijft over zijn ervaringen en schetst de dubbelheid van de politiek in de V.S.. Politiek gaat om macht: te herkennen is dat politiek eigensoortig is en weinig op heeft met wetenschap. Ik heb zijn verhaal vertaald en bewerkt. In hetgeen volgt is de ‘ik’ Robert Reich.

    Zijn gekozen volksvertegenwoordigers er verantwoordelijk voor de inzichten van hun kiezers uit te dragen of hun eigen beginselen? Hoeveel mogen ze inleveren op hun beginselen om macht te verwerven en te behouden? Moeten democratische politici meer naar het midden bewegen om te winnen? Maar waar ligt dat midden dan? Halverwege tussen democratie en fascisme? Ergens tussen sociale rechtvaardigheid en oligarchie? En als je daar naar toe moet bewegen om te winnen, wat is de mop van winnen dan?
    Tijdens een verkiezingscampagne gaf ik mijn ongefilterde meningen. Ik vertelde mijn campagne manager herhaaldelijk: “Als ik niet zeg waar ik in geloof, zal ik geen mandaat hebben van het publiek om volgens dat geloof te handelen, als ik eenmaal gekozen ben.” Zijn weerwoord: “Als je blijft zeggen wat je gelooft, word je niet gekozen.”
    Ik werd niet gekozen, maar haalde een respectabele tweede plaats. Dus, zat ik fout door vast te houden aan mijn principes? Ik noem dit de Dick Morris paradox. Dick Morris was adviseur van Bill Clinton en adviseerde hem niets te zeggen in de herverkiezingscampagne, alleen dat de economie geweldig liep en nog beter zou gaan draaien in zijn tweede termijn.
    Steeds als ik Morris tegenkwam, stelde ik hem voor dat hij bij Bill sociale thema’s zou bepleiten voor de agenda van zijn tweede termijn. Morris antwoordde onveranderlijk: “Als Bill deze beleidsthema’s bepleit, zal er geen tweede termijn komen.” Ik zei dan dat het zinloos was een tweede termijn te hebben, zonder een agenda om iets wezenlijks te doen in die tweede termijn. Dan wierp hij tegen dat je niets had aan een agenda zonder een tweede termijn.
    Ik begon dit de Dick Morris paradox te noemen. Als de enige manier om macht te krijgen of vast te houden is het publiek niets te vertellen wat je gelooft of hoopt te bereiken, of het publiek te misleiden, waarom zou je dan macht willen hebben?

    Nu ben ik weer Tom van Doormaal: machthebbers zullen moeten leren dat er meer manieren zijn om hun speelterrein te bekijken en te beoordelen.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.