Uitvoerende macht en hindermacht

Klaver

Door: Tom van Doormaal

De trias politica kent de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Maar voor de uitvoerende macht hebben we maar weinig aandacht. Dat komt misschien omdat de uitvoering het slechtst gedefinieerd is: bedoelen we er ambtenaren mee, regelingen, decentralisatie en medebewind?

Het Rijk is de verbinding met de decentrale overheden kwijt, Den Haag heeft geen idee van de realiteit in de provincie, de verfijnde regels maken elke praktische oplossing onmogelijk uit te voeren.

Ik zag in het Kamerdebat van deze week weinig hoop.

De overheid is een complex geheel”

De voorzitter van de Algemene Rekenkamer, Arno Visser, citeerde dit zinnetje uit de reactie van een minister op zijn rapport. Hij voelde zich ongemakkelijk over het goedkeuren van veel wat niet klopte. Hij was het eens met de zin, alleen ontbrak voor hem het woord “gemaakt”.

Juist dat gemaakt geeft ons ook weer hoop: wat we zelf hebben veroorzaakt en gebouwd kunnen we ook weer veranderen en afbreken, is de suggestie. De vraag is natuurlijk of dat waar is.

Het is dat mengsel van verbazing, hoop en ongemak waarmee ik naar delen van het debat in het parlement heb gekeken over de stikstof, de asielproblemen, de prijsstijgingen en de lichtelijk infantiele verhoudingen tussen de hoofdrolspelers.

Wat is precies wetgeving, wat is uitvoering, hoe is hun onderlinge verhouding? Wat gaat er mis? Het debat bevredigde niet erg.

De materie was en is inhoudelijk overbekend:

  • De stikstofproblemen en de achteruitgang van de natuur kennen we al decennia, inclusief het onderzoek ter zake;
  • De problemen rond de gaswinning en aardbevingsschade kennen we al decennia en het beleid rond de schade komt maar niet op stoom;
  • De problemen rond de asielinstroom zijn al jaren oud en krijgen een immorele dimensie door mensen al maanden buiten te laten slapen;
  • De problemen rond de tekorten aan betaalbare woningen en de prijzen op de woningmarkt zijn de zegeningen van een vrije woningmarkt;
  • De problemen rond de fouten bij de toeslagen kinderopvang en andere toeslagen blijven boven de markt hangen;
  • De problemen van de inflatie hangen samen met de eenwording van de EU en de oppositie van de zuidelijke staten tegen renteverhoging.

Je zou zeggen: doet deze regering iets en wat dan eigenlijk?

Ik pak maar een paar thema’s bij de kop.

Prijsbeleid en prijscompensatie

Op de dringende vragen van de oppositie reageerde Rutte dat het allemaal heel ingewikkeld was. Het woord “uitvoering” heb ik hem niet horen gebruiken. Dat zou een interessante verschuiving hebben opgeleverd:

‘u kunt hier wel van alles willen, maar als mijn bureaucratie er niet mee uit de voeten kan, verandert er niets en zullen we helemaal niets bereiken.’ Dat zou een interessante en eerlijke tekst geweest zijn.

Als ik dan Lilian Marijnissen heette, zou ik gezegd hebben: ‘maar beste MP, de oorlog in Oekraïne is al een half jaar gaande, hoeveel tijd heb je nodig om te bedenken dat er energieschaarste zal ontstaan en prijsverhoging van energie? Wat is daar bij gekomen aan prijsopdrijvende factoren? (lage waterstanden, transportproblemen) Je wist toch ook dat je het rentewapen niet of maar heel beperkt kon inzetten? Moeilijk zal het zijn gericht te compenseren, maar de woningcorporaties kunnen lagere huren vragen, etc…’

Kortom, het verweer van Rutte was flinterdun. Ja, natuurlijk is goed en gericht compenseren ingewikkeld, maar dat komt vooral omdat wij allemaal geen grote interesse hebben in de uitvoering van beleid. Dat doe je maar, dat regel je maar. Helaas, het is minder simpel.

Staatsrechtelijke ruimte

De positie van het CDA vond ik wel amusant. Hoe kun je ergens op tegen zijn, maar toch ook weer niet? Claudia de Brey zei: Hoekstra legt zijn maîtresse uit dat hij heilig gelooft in het monogame huwelijk.

Rutte had er wel een wenkbrauw bij opgetrokken (lees woedend uitgevallen), maar vond dat het moest kunnen als het geen gewoonte zou worden. Staatsrecht of logica, och… wat iedereen acceptabel vindt, moet maar kunnen.

Boeiend is wel de keuze die het CDA maakt. Democratie is niet alleen vertegenwoordigen van je achterban, maar ook wel eens voorgaan in een ontwikkeling en helder maken waar je voor staat. De achterban is blijkens de peilingen behoorlijk op drift geraakt, met de dreiging van BBB als onrustbron.

De spanning na Hoekstra’s interview blijft bestaan. De gespreksleider Remkes mag nog enige weken werken aan een omvangrijke voetnoot bij het regeerakkoord en dan moet bezien worden of deze coalitie met voldoende onderling vertrouwen verder kan. Het lijkt of de spelregels niet meer kloppen bij het spel dat we met elkaar spelen.

Politieke fragmentatie

Zoals Trump in de V.S. is ook ons parlement een product van wat we in de politiek doen. Trump is koopwaar en de politiek wordt gesponsord door het groot kapitaal. Dat de politiek lobbyen werd en dat kandidaten te koop zijn, is het bederf van de Amerikaanse democratie.

Zo erg is het bij ons niet, maar zijn wij gelukkig met al die parmantige eenlingen? Wat is de kwaliteit daarvan voor onze democratie? Hebben al die scheurmakers fundamenteel inzicht in de uitvoering? Houden zij er visies op na, hebben ze maatschappelijke idealen?

Ik zal hier niet pleiten voor fundamentele strijd van ideeën, maar idealen zouden toch leidinggevender kunnen en moeten zijn. De ‘realisten’, die menen dat idealen niet geschikt zijn voor de harde werkelijkheid, hebben geen gelijk. Natuurlijk komen ideeën van de rede in conflict met de ervaring. Daar zijn ze voor bedoeld. Idealen worden niet afgemeten aan de mate waarin ze zijn aangepast aan de werkelijkheid, de werkelijkheid wordt beoordeeld naar de mate waarin ze idealen realiseert.

Dat is de basis van mijn politieke opvattingen, geloof ik tenminste. Ik heb een ideaal, een eerlijke en rechtvaardige samenleving, met meer gelijkheid dan nu. Is de tijd van de sociaaldemocratie dan voorbij? Mij lijkt dat niet.

Er zijn nogal wat opkomende problemen, veranderende ongelijkheden, verwaarloosde problemen, die gerichte aandacht vragen. De afgescheiden eenmansfracties hebben geen idee of mogelijkheid iets te doen of te veranderen. Stel dat er een procedé zou bestaan om varkensmest om te zetten in waterstof, dan lijkt dat een opwindende kans om het kernprobleem te veranderen. Maar de kans dat er gebedeld gaat worden om een rijksbijdrage lijkt me groot.

Dat illustreert wat ik hindermacht noem: uitvoerders moeten niet hinderen maar uitvoeren. Ze zijn stimulerend en hinderende partner van de wetgevende macht. Althans dat zouden ze moeten zijn.

Maar helaas: de stimulering van de woningbouw heeft vermoedelijk niet bijgedragen aan een grotere woningproductie, meldt de Algemene Rekenkamer. De kansen om rijksgeld op te vegen zijn sinds de parlementaire enquête bouwnijverheid nog niet echt minder geworden. (“De bouw uit de schaduw”)

Als we de koppelingen tussen waarheid, politieke wil en uitvoering niet vinden en verbeteren, zie ik weinig grond voor hoop. Het parlement levert daar geen bijdrage aan, maar de uitvoerenden evenmin.

Advertentie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.