Stagnerend democratisch bestuur

Bijlmer

Door: Tom van Doormaal

Think society, not economy”. Het is de voorlaatste zin uit “The market system” van Charles E. Lindblom.

Het markt systeem realiseert een verbazende samenwerking in de hele samenleving, nationaal en wereldwijd en helpt de vrede bewaren. Maar de andere kant, de regel ‘quid pro quo’ , die op de markt heerst, is een uitdaging voor juist dat begrip samenleving.

Het is de kortste samenvatting van het dilemma waar je als sociaaldemocraat voor staat. Lindblom schrijft een boeiend boek over de markt, maar het gaat om de samenleving, niet over de economie.

Het probleem: doen de marktpartijen en de sociale instituties ongeveer wat je wilt en hoopt? Ik zou de drs uit Buitenveldert nog graag hebben gesproken over dit thema, maar Den Uyl is er niet meer. Hoe laat de huidige Minister van Volkshuisvesting, Hugo de Jonge, de markt voor zijn doelen werken? In mijn laatste geschrift noemde ik zijn doel van 900.000 woningen “witte magie”. Wie gelooft daar in? Een woningbouwplan van een beetje omvang neemt al gauw twintig jaar voorbereiding.

Van zelf doen naar…

Laten we toch nog maar eens kijken naar wat er veranderde. Ik ben in 1965 lid geworden van de PvdA en heb me altijd sociaaldemocraat gevoeld. In de woelingen in Amsterdam (jaren zeventig) heb ik wel getwijfeld aan de koers van de partij en de discussies niet altijd bewonderd.

Ik werkte bij de VARA, waar Marcel van Dam mijn immer afwezige baas was. Maar we hadden intense discussies over de richting van de samenleving, de vrede, de huren en de inkomens, de rol van de vakbonden.

Ik was ook huurder van een flat in Gooioord. Ik voelde de controle van de huurders afnemen. Door mijn werk aan de lokale omroep had ik een relatie ontwikkeld met de Algemene Woningbouwvereniging en diens voorzitter, Jan de Jong. Ik schreef over hem in mijn laatste stuk.

Jan de Jong kreeg bonje met Marcel van Dam, staatssecretaris volkshuisvesting, ook PvdA. Ik ben geen directeur van een beherend bedrijf, maar voorzitter van een vereniging, was zijn stelling. Marcel van Dam geloofde in de bedrijfsmatigheid, vanuit het sociaaldemocratische denken dat toen modern leek. Ik schreef over het dispuut in zijn woorden:

Ik denk dat het een verkeerde ontwikkeling is om de verenigingsstructuur op te geven. Ik hoop dat ik dat ook nooit mee zal maken. Ik heb een heilig geloof in het vermogen van mensen om dingen zelf te doen. Zo zie ik een woningbouwvereniging ook. Eigen woningvoorziening. Zonder winstbejag. Zonder onnodig op de overheid te leunen.”

Het mogelijke afscheid van de verenigingsgedachte in de volkshuisvesting “zet de elementaire gedachte van het zelf voorzien in de woningbehoefte, het zelf als burgers verantwoordelijkheid dragen op het spel en daarmee de directe betrokkenheid op de samenleving.”

Jan de Jong was erevoorzitter van de Amsterdamse Federatie van Woningbouwverenigingen en hij mocht zijn rol ongehinderd voltooien. Ook zijn positie bij de AWV bleef ongemoeid.

Maar het beleid van Marcel van Dam kon ook zijn omslag naar private woningstichtingen ongehinderd voltooien. Deed een directe betrokkenheid op de samenleving er eigenlijk nog wel toe?

Werkte de markt?

Het Rijk betaalde mij en mijn collega’s om samenlevingsopbouw te doen in de Bijlmermeer. Dat probeerden we ook: in de gezondheidszorg, in het onderwijs, in het wonen. Maar spoedig kregen we last van verval en vervalspiralen. De met goud behangen medebewoner en sloper, die nog had mee geholpen een sportveld aan te leggen voor de SV Bijlmer vertrok naar Vinkeveen, want er kwamen te veel asociale mensen wonen. Ik was verward: een sociale man van het volk, met weerzin tegen de Surinaamse verkleuring.

Een boekje uit die tijd, beschreef de processen met Exit, Voice and loyalty; de schrijver was Albert O. Hirshman. Herlezend zie ik elegant uitgelegd wat wij wel wisten. Juist de vertrekkers hadden we nodig, omdat die de hoogst waarde hechtten aan sociale kwaliteit: in het onderwijs, in de sociale relaties die zich ontwikkelden, in de huisvesting.

Ik had een jong gezin, de sociale relaties ontstonden wel, maar verdwenen ook weer snel door verhuizingen: het onderwijs deugt niet, het voelt hier niet veilig, het gedonder met het parkeren wordt niks, er zijn te weinig winkels. Wij raakten daar wel gefrustreerd door, de kinderen moesten ook steeds nieuwe vriendjes zoeken.

“Exit” had geen effect, door de grote vraag naar woningen en het onvermogen van het gemeentelijke bedrijf kritische gebreken te verhelpen.. “Voice” mocht je op rekenen, wanneer de kwaliteitsbewusten zouden protesteren en investeren in een beter leefklimaat. Dat deden ze wel: de acties tegen de parkeergarages waren een poging om de “discriminatie” met de stedelijke parkeerders op te heffen. Het versnelde de exit en verzwakte de voice. Ik onderhandelde met de gemeente Amsterdam over een tarief, dat van 43 gulden per maand naar 28 gulden ging. Maar dat was natuurlijk geen oplossing. Het was een sport geworden de dove gemeente met valse parkeerkaarten te stangen. Dat gebeurde op grote schaal.

Centraal en de macht

De gemeente Amsterdam had het bedacht: ”Om de toekomst van 100.000 Amsterdammers” heette de brochure. Maar hoe terecht de zorgen over het verval in de stadsvernieuwingsbuurten ook waren, een stevige inbreng van bewoners en woningbeheerders met verstand van zaken, was er nagenoeg niet. Het is in menig proefschrift beschreven: de ontwerpprincipes waren eigenlijk extremistisch, kleine schaal en menselijkheid ontbraken.

Flexibiliteit ook: niks kon, het bestemmingsplan was heilig. We legden verbinding met een paar leeftijdgenoten in de Wibautstraat en warempel: Han Lammers, wethouder Publieke Werken meldde ineens dat de Zuid Bijlmer minder extreem zou worden. Je snapt het probleem dus wel, zei ik. Dat vond hij geen leuke vraag.

Financieel bleef het beheer van de woningen een moeizaam verhaal: de individuele huursubsidie was een open wond, maar steeds meer de kans om nog woningen te exploiteren.

De verhalen zijn verder voldoende bekend: de problemen rond de drugs namen steeds meer toe. Winkelcentrum Ganzenhoef werd niet langer exploiteerbaar en gesloopt. De crash van de El-Al Boeing op Groeneveen en Kruitberg bezegelde het gevoel dat diep in ons woelde: onze Lieve Heer heeft niets met de Bijlmermeer. En dat terwijl de Surinaamse onafhankelijkheidsfeesten op beginnende broederschap hadden geleken: “Sranan Fri”.

Mijn hypothese: Amsterdam heeft te lang vast pogen te houden, niet alleen aan het concept, maar vooral aan de uitvoerende macht, die nodig was om te doen wat er moest gebeuren. Zo voelde de bevolking zich in toenemende mate machteloos en de instituties van en voor de bewoners nog meer.

Lessen geleerd?

Toen mijn loopbaan in Amsterdam eindigde, kreeg ik een plek bij VROM. Spoedig mocht ik het experimentenbeleid regelen, met briljante jongens en meisjes bij de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting. Ik probeerde de vernieuwing vorm te geven, op kleine schaal, binnen de kaders van de bestaande regelgeving rond wonen en bouwen.

Het lukte een aantal jaren heel aardig, maar ik zag opnieuw ook het probleem. Dat is in alle eenvoud: het systeem moet in het idioom van het systeem iets nieuws neerzetten en volhouden.

Kan dat? Lukt dat? We hadden daarvoor ingewikkelde procedures, maar de factor van belang was Enneüs Heerma, die in menselijke termen zeer op de ploeg voor de experimenten gesteld was en ook echt begreep dat vernieuwing nodig was. Na een jaar of vijftien, liep de vaart er wat uit. Maar de SEV had veel krediet, dus leeft nog voor in Platform 31.

Zou een vernieuwingsdecennium zoals ik met de SEV beleefde, opnieuw kunnen? IK zie niet in waarom niet. Wat nodig is, is kwaliteit van mensen, politieke steun, ideeën om de eindeloze detaillering van regels en hun verstarring te doorbreken. De richting is evident: mensen moeten zelf hun huisvesting kiezen en maken, met steun van hun lokale bestuur. Het Rijk moet meewerken aan het opruimen van verstarrende regelgeving. Dat vereist creatieve uitzonderingen op regelgeving. Die bewegen zich in een dubbelzinnige richting:

  • Het openbaar bestuur moet krachtig kunnen besluiten en sturen;
  • Die kracht moet komen uit processen en instituties die legitimiteit opleveren.

Het is niet zo gemakkelijk. Maar de kwadratuur van de cirkel is het ook niet.

Advertentie

3 gedachtes over “Stagnerend democratisch bestuur

  1. Sinds de hoogste rechter uitspraak heeft gedaan, behoeft mijn stelling geen ondersteuning meer: “900.000 woningen is witte magie”.
    Maar het probleem wordt er alleen maar beklemmender door. Waarom doet de politiek niet wat moet gebeuren: leiding geven, afwegen tussen nobele doeleinden? Dat we voldoende woningen moeten hebben is duidelijk, maar ook levende natuur en voedsel.
    Hoe dat moet, wie welke afweging moet maken is minder helder. De agrarische sector was nogal aanwezig, het laatste half jaar, gisteren de bouwsector.
    Private ondernemers, allemaal jammeren en bedelen aan het loket in Den Haag, allemaal heel belangrijk en steun van de overheid vragend.
    Het is een beetje pijnlijk, als je als boer in de schulden zit, of als je als vluchteling een woning mag zoeken. Onze nationale politiek heeft ook geen oplossing, maar die zullen we moeten vinden, in minder bureaucratie, in deregulering, in eerlijker omgangsvormen.

  2. In mijn dichotome denkwereld is loyalty iets minder relevant. Voice of exit. Als je niet gehoord wordt moet je maken dat je wegkomt. Vluchten van oost naar west of andersom. Loyalty valt daar buiten, dat is voor de meegaande mensen die tevreden zijn.

    Op de markt is het ook kopen of niet. Dan ga je een deur verder of zonder verder en maak je het zelf. Dat valt buiten het marktdenken.

    In zuidoost is het nu anders. Ze verheffen hun stem en zij blijven. Ze creëren nieuwe verbanden vullen die in. Verstandige beheerders en ambtenaren gaan daarin mee. De nieuwe benadering is: ambtenaren zijn je partners in de co-creatie van de buurt, de wijk. (l’histoire se repete?)

    Dat gaat voorbij aan de steken die men heeft laten vallen. Willen we daar van leren of is het vergeten en vergeven en doorgaan, mogelijk met het maken van dezelfde fouten. Ik denk dat als we willen leren we de fouten boven tafel moeten halen, analyseren en ervan leren om toch die menselijke ezel te zijn die weet dat die weet dat oude gewoonten hardnekkig zijn.

    Nieuwe ambtenaren beginnen een verzoek om een open overheid met de opmerking dat er niets is, en dat er dus ook niets onderzocht kan worden als een burger geen reactie krijgt op ingediende aanvragen en ingediende bezwaren tegen niet beslissen. Zijn de betrokkenen er nog wel, zijn ze intern gemigreerd of extern?

    Groet uit de Bijlmer,

    Johan

  3. Ha Johan, ik probeerde alleen de last van de Bijlmer ervaring te koppelen aan de stagnatie in Den Haag. Dat is niet alleen maar een last: ik heb “Sranan Fri” mee staan joelen, toen het feest was op het Bijlmerplein en voelde toen ook echt verbinding.
    Maar je hebt gelijk, het is geen evaluatie of zoiets. Ik vond de oratie van Dirk Frieling in de boekenkast, prima man, die de gemeente vertegenwoordigde toen we poogden de ellende van de parkeergebouwen op te ruimen.
    Nu is de stikstof-ellende op het bouwen neergeslagen en gaat het er om de zeden en gebruiken in Den Haag scherp te krijgen.
    Ik was in de periode van de SEV daar wel effectief in, maar als ik het verslag van Frans Nauta over het Innovatieplatform lees, zakt de moed mij in de zwemvliezen. Ik denk dat we moeten blijven geloven dat de duurbetaalde bureaucratie iets goeds vermag. Daarom heb ik de minister Hugo de Jonge verteld dat de hoeksteen van zijn beleid “Witte Magie” is en dat hij zich bij Rutte of bij Johan Remkes moet melden met de vraag naar een oplossing…
    Groet uit de provincie
    Tom

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.