Loondispensatie is discriminatie


 
Door: Suzanne Piet

Je komt op gesprek bij de mevrouw die jou naar werk of studie moet leiden. In plaats van een gesprek krijg je de opdracht om paperclips op de grond weer in een doosje te stoppen. Het lukt je, maar je doet er 15 minuten over. Vervolgens wordt je een prutser genoemd, waarbij de medische dossiers aan de kant worden geschoven. Je eindigt achter de lopende band terwijl jouw insteek was om een opleiding te gaan volgen.

Het overkwam Nick Bootsman, activist bij ‘Wij Staan Op’. Nick was één van de vier panelleden die zich boog over de participatiewet en de werkgelegenheid van arbeidsbeperkten op 24 mei bij een publieksbijeenkomst georganiseerd door Linksom.

Linksom: De linksere koers van de PvdA

Linksom is een beweging van leden ontstaan in 2015 uit onvrede voor de “neo-liberalistische koers” van de PvdA. Gerard Bosman, een initiatiefnemer noemt Linksom dan ook de linksere koers. Een koers die het debat wil aangaan en terug wil naar de waarden van de PvdA: bestaanszekerheid en solidariteit.

Op deze eerste bijeenkomst in Utrecht was er ruim mogelijkheid tot debat, en zoals snel bleek ook genoeg om te bespreken. Met een divers panel werd het publiek op interactieve wijze betrokken bij issues als sociale werkplaatsen, arbeidsvoorwaarden en arbeid an sich. De avond werd in juiste banen geleid door de secretaris van Linksom, Bert Veenstra.

Een divers panel met ervaring

Naast Nick nam ook Jopie Nooren plaats in het panel, PvdA 1e kamerlid en tevens bestuurder bij Bartiméus, een organisatie voor mensen die slechtziend of blind zijn. Derde panellid was Branko Hagen van de Landelijke Cliëntenraad, een raad die met een uiteenlopend gezelschap, overleggen voert met het ministerie over sociale zekerheid. Vierde panellid was Gerard Bosman, een initiatiefnemer van Linksom.

De avond begon al meteen spannend toen Nick stelde dat loondispensatie discriminatie is. Voor de lezer die iets minder op de hoogte is, er ligt een voorstel voor de aanpassing van de Participatiewet, op initiatief van Staatssecretaris van Ark. De gevolgen hiervan zijn onder andere dat werknemers met een arbeidsbeperking mogen werken onder het minimumloon en geen pensioen opbouwen. Dit zou leiden tot een impuls bij de werkgevers om meer mensen met een beperking in dienst te nemen. Cijfers om dit te bevestigen zijn nog niet binnen.
Lees verder

Advertenties

Ongekamde gedachten over decentralisatie


Door: Tom van Doormaal

De decentralisatie is gebaseerd op een paar ficties: het lokale bestuur zou beter weten wat burgers willen en naar dat inzicht ook handelen. Door de nabijheid is de controle van de belanghebbenden groter en daardoor is het handelen ook effectiever.

Zou het waar zijn? Het Rijk weet misschien niet zo goed wat men in gemeente A of B wil, maar zal het gemeentebestuur met de betere kennis, ook beter en effectiever handelen? Dat is nog maar de vraag. En als de gemeente moet interveniëren in marktprocessen, doet zij dat dan beter in gedecentraliseerde verhoudingen? De eerste ervaringen in het sociaal domein zijn op zijn minst gemengd. De gemeenten moeten kennis hebben en organiseren. Dat lukt niet op alle terreinen even goed.

Wat is besturen?

Het is misschien verrassend, maar wat is besturen eigenlijk? Stel u voor: je loopt midden op de Champs Elysees en je kijkt door de Arc de Triomphe naar la Grande Arche. De stedenbouwers zijn sinds de 14 eeuw bezig met deze as in de Parijse bebouwing, en bewaken hem tegen bederf. Dat is een vorm van openbaar bestuur met zichtbaar resultaat. Kijk dan naar de hectiek van het grootstedelijk verkeer om je heen. De gemeentebestuurder, die zegt dat hij dit verkeer in Parijs controleert, praat in een metafoor. De centrale overheid heeft een paar regels gesteld, maar greep heeft het openbaar bestuur van Parijs niet op deze vitale stedelijkheid. Ik schreef dit in 1991 over het congres “Besturen op maat” van de Nationale Woningraad.
Lees verder

Sociaaldemocratie bedlegerig?


Door: Tom van Doormaal

Op 26 januari 2018 gaf Ruud Koole in Leiden een college over de sociaaldemocratie. Arie de Jong had een optimistisch verhaal gevraagd. Dat leek me wel wat.

Dus ik reisde naar Leiden; moest ik wachten met het opzeggen van mijn lidmaatschap van de PvdA, omdat een betere reden daartoe onderweg was? Dat was een grapje van Arie of Bart Tromp: er is altijd een betere reden op komst om je lidmaatschap op te zeggen.

Het verhaal van Ruud Koole is inmiddels gepubliceerd. Ik vond het goed. Maar veel optimisme heb ik er niet in gehoord. Dat mag hem niet verweten worden, want zo mooi staat de sociaaldemocratie er niet voor, ergens tussen vrees en hoop in. (1)

Met zijn aansporingen op basis van het verhaal ben ik het eens. In zijn eigen woorden:

  • Geen determinisme;
  • Tegenhangen, het ideologisch debat zoeken moet;
  • Maak plannen voor bestaanszekerheid van mensen.

Als ik die aansporingen op me in laat werken, kom ik op het spoor van dingen die ik miste. Het is geen kritiek, want het onderwerp is breed en ingewikkeld.

De economische ontwikkeling en de betekenis daarvan voor de arbeid is van groot belang. Aan de ICT revolutie en digitalisering van de productie hangt ook het publieke debat via internet en sociale media. Communicatie stijlen, het functioneren van politieke partijen, het vormgeven aan het openbare debat, het doet er allemaal zeer toe. De werkgroep van de WBS heet al heel lang “partij politieke processen”. Het gaat inderdaad om arbeid en wat wij daarmee als compromiszoekende partij kunnen. Tenslotte probeer ik een paar opmerkingen te maken over het alledaagse besturen, want daarin doen zich mechanismen voor die weinig aandacht krijgen.
Lees verder

Toekomst van de sociaaldemocratie

Linksom! bezocht op vrijdag 26 januari de WBS-conferentie in het kader van het 40-jarig bestaan van de Werkgroep Partijpolitieke Processen. Ruud Koole, gaf aldaar een inleiding over de toekomst van de sociaaldemocratie. Van Bernstein via Kautsky tot de neergang door het koketteren met het neoliberalisme. Hoe het vertrouwen te herstellen? Job Cohen en de andere aanwezigen reageerden daarop. Strijden voor inhoud i.p.v. alleen de vorm. Re-ideologisering en ideeënstrijd. Opponenten en onze toekomst als samenleving duidelijk benoemen. Fouten herkennen, erkennen en strijdbaar onze geloofwaardigheid herwinnen.

Dankzij Gerard van Oosterhout kunt u hier en daarna hier alsmede ook hieronder de conferentie terugkijken.

Transformatieve energie

Door: Tom van Doormaal

Vroeger las ik Newsweek. Een oud exemplaar uit 1974 toont een zweterige en benard kijkende Nixon, met een rode band schuin langs zijn hoofd: “the pressure mounts”. De laatste pagina van het blad is gewijd aan een gesprek tussen Edward Behr en Gore Vidal. Het gesprek gaat over de politieke zeden in Amerika en is, hoewel lang geleden, toch ook heel actueel.

Vidal schreef “Burr”, een meditatie over het ontstaan van de Amerikaanse republiek en de vijftig jaar daarna. In het boek noemt hij de grote mannen “oligarchen”, met grote eigendommen, dubieuze handelsrelaties en tamelijk overschat. Het lijkt of het over Poetin’s en Trump’s vrienden gaat. George Washington vertoonde koninklijk gedrag, maar was een zeer middelmatig veldheer. Thomas Jefferson was een hypocriet zonder enig respect voor vrouwen, zwarten of bezit lozen. Madison was misschien de slimste van de auteurs van de Federalist Papers. Alexander Hamilton werd door Burr uitgedaagd tot een duel en verloor zijn leven daarbij, Burr berucht en in schande achterlatend.

Het boek van Vidal had ik in het spitsuur des levens nooit uitgelezen, maar nu onder de fall-out van het presidentschap van Trump, wel en is er weinig dat meer boeit. Het verhaal is boosaardig, maar bovenal helderziend. Soms zijn alleen andere namen in te vullen, maar lijken gebeurtenissen en omgangsvormen van de Amerikaanse politiek opgepikt uit de krant of Youtube van gisteren.

Of uit Michael Wolff’s verhaal “Vuur en woede” in het Witte Huis van Trump. Het verbijsterende element in de revolte van Trump en Bannon is het minimale verhaal, het regressieve element daarin: vroeger was het allemaal beter. Maar wie iets ordelijks wil doen, enige systematiek probeert te bereiken in bestuurlijk handelen, stuit vooral op chaos in het denken en geharrewar met de pers. Die chaos is bedoeld, tenminste door Steve Bannon, die het bestaande systeem wilde slopen.

Het verschijnsel Trump is nog te begrijpen, want de V.S. lijken inderdaad vast te lopen in sociale ongelijkheid en hopeloos conservatieve ideologie. Maar waarom slaagt het land er niet in zich daar uit te bevrijden? Waarom scoren bestuurlijke amateurs nog steeds 35 % waardering bij de kiezers?
Hoe werkt het nieuwe mediale landschap daar op? “Met het nieuwe modeverschijnsel van het binge watchen van TV programma’s werd het dagelijks leven geheel ondergeschikt aan het publieke drama”, schrijft Wolff (p.270) “Het echte moeras is het moeras van kortzichtige, ingebakken, incestueuze belangen.” (p.271) Het halve electoraat dacht dat Trump daartegen een list zou hebben. Maar daarmee zijn Trump en Sloppy Steve schromelijk overschat. Onze eigen populisten overigens ook. Energiek zijn ze wel, maar de transformatieve energie staat naar de verkeerde kant gericht. Het bestaan moet achterwaarts worden begrepen, maar voorwaarts geleefd.

Zo struikelde ik over Philipp Blom, “Wat op het spel staat”. “Mensen zijn de producten van de verhalen die ze over zichzelf vertellen”, schrijft hij. (p.67)
“Ideeën leven en sterven met de generaties waarin ze geboren zijn. Als de technologische verandering sneller gaat dan de wisseling der generaties, ontstaat er onvermijdelijk frictie.” (p.60) De positie van de arbeid is door de digitale revolutie gewijzigd. Mensen zijn als arbeidskracht verouderd. Maar als consument zijn ze nog steeds nodig.

Von Hayek en Friedman hebben op dat inzicht hun positieve houding jegens een onvoorwaardelijk basisinkomen gevestigd. Daarin kregen zij ook, de toch niet bepaald progressieve, Nixon mee. Het basisinkomen ging in de V.S. niet door, misschien door het protestantse sentiment: ”wie niet werkt, zal ook niet eten.”

Ook de PvdA heeft daar last van. Het egalitaire sentiment van onze stroming toetsen wij aan wetten en regels, maar ook aan de maatschappelijke werkelijkheid. Thijs Wöltgens schreef al weer jaren geleden over gelijke kansen op de arbeidsmarkt. Die hebben weinig te maken met uitkering en het mogelijke loon. (Lof van de Politiek, p.90/91)

Maar die situatie van 1992, toen Thijs dit schreef, verandert als een groot deel van de burgers niet meer nodig is voor de economie. Als de I-alles van Robert Reich op de markt komt, kan iedereen met smartphone en 3 D printer, alles maken. Maar wie koopt het? Zijn wij nog iemand, als we niet meer werken? Kan de consumptie onze identiteit vestigen?

De socioloog Richard Sennett heeft over dit thema geschreven (The Corrosion of character”, de Ambachtsman). Als het niet meer ons beroep is, ons vak waar we identiteit aan kunnen ontlenen, blijft vooral de combinatie van burgerschap en opvallend consumeren over. Alleen hebben we voor consumptie wel inkomen nodig. Bij een basisinkomen zou de vrijheid bestaan om ongeremd door de zorg voor het dagelijks brood, ja of neen te zeggen tegen een werkgever. Geen bullshit baan meer, veel beter loon voor slachters en vuilophalers…

De nieuwe minister van SZW, Wouter Koolmees, ziet niets in onderzoek over het onvoorwaardelijk basisinkomen. Hij verkiest het verdelen van banen. Dat lijkt een doodlopende weg. Eerlijke evaluaties van zoiets als het “Werkgevers Service Punt” wijzen uit de rendementen niet hoger zijn dan die van de arbeidsbemiddelaars uit de jaren tachtig: ik hoop dat de bemiddelaars voor een jaar werken één geslaagde bemiddeling scoren. Het probleem is: bemiddelaars scheppen geen banen.
Kortom, de behoefte aan transformatieve energie is groter dan ooit. Die zal, vrees ik, uit de politiek moeten komen. Dat is een somber makende gedachte. Want de politiek heeft een visie tot aan de volgende verkiezingen en een incestueuze verhouding tot de ingebakken belangen. Dat was het lot van de meeregerende sociaaldemocraten. Onze PvdA heeft dat geweten. De SPD in Duitsland lijkt nog een keer in die fuik te zwemmen. Hoe moeilijk kan het zijn?


Geplaatst op: 28 januari 2018
Laatste update: 04 februari 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Doorpakken voor Arbeidsgehandicapten

Door: Dick Kalkman

Wij gaan in Nederland niet goed om met arbeidsgehandicapten of beter gezegd met onze arbeidsbeperkten. Afhankelijk van hoe men meet, betreft het zo’n 10 á 15% van de bevolking. Het betreft 1,7 miljoen mensen (CBS). Een zeer diverse groep, van mensen met een aanboren handicap tot mensen die een ongeval hebben gehad of ziek zijn geworden. Deze groep mensen ondervindt vele problemen. Zo zijn de cijfers over betaald werk of vast werk dramatisch laag.

Arbeidsbeperkten staan deze dagen weer vol in de belangstelling. De recent (meer) bekend geworden excessen spreken voor zich, maar we hebben hier te maken met decennia-lange structurele problemen. Keer op keer staan de kranten vol met de achterliggende oorzaken, mooie intenties en beleidsfalen. Het is nu tijd om met echte oplossingen door te pakken.

Wat moeten arbeidsbeperkten ondergaan? Een bloemlezing: Discriminatie, een slechte toegang tot de arbeidsmarkt, geen of slecht onderwijs, weinig maatschappelijke kansen, onderbetaling, cao-ontwijking, sociale isolatie, financiële problemen, gebrek aan ondersteuning, enz, enz. En ja, in sommige gemeenten, door sommige bedrijven en overheden worden arbeidsbeperkten fantastisch geholpen. Dat geeft aan dat veel van die ellende wel degelijk vermeden en/of opgelost kan worden.

Dit artikel gaat primair over wat er zowel landelijk als lokaal – nu – aan kan gebeuren.

De oorzaken

Een groot deel van de problemen is terug te voeren op politieke beslissingen die zowel op landelijk niveau als in gemeenten zijn genomen. Beslissingen resulterend in periodieke structuurwijzigingen en bezuinigingen. Daaronder waren ook vele foute beslissingen. Foute beslissingen gebaseerd op ficties, opportunisme en decepties.
Lees verder