Een offensief tegen armoede en schulden

 

Door: Gerard Bosman

 

Inleiding

Nederland staat nummer 14 op de lijst van de rijkste landen ter wereld.1 Alleen een aantal olie- en gasstaten (Qatar, Brunei, de VAR, Koeweit, Noorwegen), een aantal andere belastingparadijzen (Macau, Luxemburg, Singapore, Ierland, Hong Kong, Zwitserland en San Marino) en de Verenigde Staten (nummer 12) gaan ons voor.

Toch is er in ons land bittere armoede, toenemende problematische en risicovolle schulden, zijn mensen steeds meer afhankelijk van vormen van bedeling (voedselbanken, kledingbanken, speelgoedbanken, etc.) en wordt het aantal daklozen groter. Bestaanszekerheid in zijn meest elementaire vorm van eten en drinken, een dak boven je hoofd met energielevering en een zorgverzekering zijn voor een deel van de bevolking niet meer bereikbaar. Armoede wordt ook steeds meer erfelijk, kinderen die in armoede opgroeien hebben een verhoogde kans op ook arm te blijven.

Daar tegenover staat de ongelooflijk exorbitante rijkdom en pathologische, soms exhibitionistische zelfverrijking, waar het geld tegen de plinten klotst en waar men van gekkigheid niet meer weet hoe het te besteden. De inkomens- en vermogensongelijkheid in ons land is veel groter dan onze officiële statistieken ons willen doen geloven2 – alleen landen als de Verenigde Staten van Amerika doen het nog slechter. Het is niet dat we het ons niet kunnen veroorloven om armoede uit ons land te verbannen, het is de hebzucht van degenen die enorme hoeveelheden kapitaal verzamelen en de onwilligheid van onze overheid om tot correctie en dus tot fiscale herverdeling over te gaan, die veroorzaakt dat deze schandalige misstand blijft bestaan. Lees verder

Advertenties

Wat te doen tegen de dreigende pensioenkortingen?

 

 

Door: Gerard Bosman

 

Inleiding

Er dreigt voor zo’n 7 miljoen pensioendeelnemers per 1 januari 2020 een korting op het aanvullende pensioen. Dat is 40% van het totaal aantal deelnemers.1 Het pensioenakkoord blijkt – zoals voorspeld2 – deze korting niet te kunnen voorkomen. Weliswaar verlaagt het akkoord de norm waaronder een korting moet plaatsvinden, en mag er ook eerder geïndexeerd worden, de werkelijkheid is dat de norm (dekkingsgraad3 in jargon) met de huidige rekenrente (de rekenrente waarmee toekomstige inkomsten geraamd mogen worden) zo kunstmatig laag is en bij huidig beleid waarschijnlijk voorlopig zal blijven dat kortingen onvermijdelijk zijn.

Doordat het kabinet die rekenrente op advies van de commissie Dijsselbloem nog verder wil verlagen, zal dit effect alleen nog sterker worden. Bovendien treden door het pensioenakkoord kortingen ook sneller op, doordat de norm nu per jaar bekeken gaat worden in plaats van over het gemiddelde van de laatste jaren. Daar staat tegenover dat, door het per jaar te bekijken en de lagere norm voor de dekkingsgraad, de omvang van de korting geringer zal zijn dan zonder pensioenakkoord. In de praktijk betekent dit dat miljoenen mensen nodeloos in hun portemonnee zullen worden getroffen.

FNV

De roep in de achterban van de FNV om tenminste op dit punt het pensioenakkoord open te breken en in plaats van een nog lagere, een hogere rekenrente te eisen, zal door de dreigende pensioenkorting niettemin sterk toenemen. De beloofde rust op het pensioenfront zal mede daardoor illusoir blijken.

PvdA

Nu onze PvdA een grote rol gespeeld heeft bij het bereiken van het pensioenakkoord, rust op ons ook een verantwoordelijkheid hier de helpende hand te bieden. In de eerste plaats door in ieder geval de verdere verlaging van de rekenrente te voorkomen, onder meer door steun van het akkoord hiervan afhankelijk te maken. In de tweede plaats door een initiatief te nemen voor een andere systematiek van de rekenrente. Tot nu toe heeft onze PvdA zich tegen politieke bemoeienis over de rekenrente uitgesproken, waarschijnlijk uit prudentie. Dit is een moeilijk houdbaar standpunt nu die rekenrente steeds duidelijker een zo groot obstakel blijkt de vormen voor een stabiel aanvullend pensioen. Het maakt onze PvdA onmachtig, terwijl miljoenen Nederlanders straks in de kou dreigen te staan.
Lees verder

Regeren in ballingschap

 

Door: Tom van Doormaal

 

Een tijdje terug legde ik twee mensen uit de hypotheekwereld uit dat ik de huurders wil laten profiteren van de lage rente. Hoe zou dat dan moeten, vroegen mijn gesprekspartners? Door een fonds waarin miljarden worden gestort, want geld lenen kost niks en bouwen van woningen is kapitaalintensief, zei ik ongeveer.

Twee dagen later stond dit verhaal in de Telegraaf. Mijn gesprekspartners waren verbaasd: had ik er bij gezeten, bij de heidedag van de regering? “Alwetend ben ik niet, maar veel is mij bekend”, zei ik, heel bescheiden. Goethe laat het Lucifer zeggen.

Rente

Mijn redenering was eenvoudig. Woningbouw is kapitaalintensief. De sociale huisvesting had de woningwetlening als centraal instrument. Woningcorporaties lenen ook nu nog voor hun bouwtaak per complex, maar die leningen hebben vaak lange looptijden. Bovendien is de huurwetgeving centraal en mede gericht op continuïteit van de corporatie.

Eigenaren hebben het gemakkelijker: zij hebben een hypotheek, met een contract voor looptijd, aflossingsverplichtingen en dergelijke. De hypotheekrente is nog steeds fiscaal aftrekbaar, al is het beperkter dan voorheen. De variatie in de rente is sterk: ooit betaalde ik 10.5%, nu nog 2.6%. Het gevolg daarvan voor de woonlast is aanzienlijk.

Eerlijk is als ook huurders zouden kunnen profiteren van de lage rente. De ECB heeft ons die lage rente gegeven en dat zal vermoedelijk zo blijven. Het betekent dat de marktpositie van sociale huurwoningen en huurders verder verslechtert, vergeleken met kopers en eigenaar bewoners.
Lees verder

Een nieuwe Tien over Rood

PvdA-Logo

Door: Gerard Bosman

Tien punten voor een nieuwe sociaaldemocratische agenda

Waar visie ontbreekt, komt het volk om” – Joop den Uyl

Inleiding

Een nieuwe sociaaldemocratische agenda

Een nieuwe sociaaldemocratische agenda moet een visie en bouwstenen geven om de bakens te verzetten van de Derde Weg politiek, naar een eigentijds sociaaldemocratisch volgend verkiezingsprogramma. Zo’n agenda heeft een langere tijdshorizon dan een voor vier jaar geldend verkiezingsprogramma, maar is qua thematiek en oplossingsrichtingen een stuk concreter en richtinggevender dan een beginselprogramma.

Daarbij hoort ook een eerlijke, hoe pijnlijk ook, analyse van waar we verkeerd af zijn geslagen, om te leren van onze geschiedenis, en te bepalen waar we nu staan. Dat is ook de vergelijking met de beweging Nieuw Links, die in september 1966 met Tien over Rood begon. Vernieuwen, ideologiseren, de verbeelding weer terug aan de macht. Waarbij we ook moeten leren van de fouten van toen, waardoor een nieuw Keerpunt 2021 (55 jaar na de start van Tien over Rood) een progressief-links stembusakkoord kan opleveren dat leidt tot een progressief-links kabinet dat wel haar programma realiseert.

Met Lodewijk Asscher willen we een radicaal alternatief, een nieuwe doorbraak

Met Lodewijk Asscher1 zeggen wij dat onze PvdA het radicale alternatief moet presenteren tegen het neoliberalisme, met zijn overmatige individualisme en zijn eenzijdig financieel-economische oriëntatie. Het is tijd voor een nieuwe doorbraak, een nieuw sociaal contract, dat weer gebaseerd is solidariteit in het collectief.

 

We zeggen het onze partijleider na: “Onze tijd schreeuwt daarom om een nieuwe doorbraak. Het is tijd ons sociale model – onze verzorgingsstaat met kracht te verdedigen. Niet vanwege de instituties of de regelingen met afkortingen maar vanwege het feit dat als we zekerheid bieden voor iedereen individuele vooruitgang vanzelf komt. (…) De kracht van het collectief. Alleen samen, als collectief kunnen we verandering aanbrengen. Alleen samen brengen we een nieuwe balans aan in deze samenleving. Alleen met samenwerking kunnen we echte oplossingen bieden voor globalisering en het verdwijnen van grenzen, voor de opwarming van de aarde, voor vluchtelingenstromen en de internationale dreiging van geweld. Daar moeten we nationaal en internationaal de krachten voor bundelen. Allereerst moeten we ons onttrekken aan de gelaten acceptatie van globalisering in de huidige vorm. En wel op basis van de beginselen van Den Uyl. Eerlijke spreiding van inkomen, macht en kennis.”2
Lees verder

Sociale zekerheid en sociale kwestie


Door: Tom van Doormaal

Kunnen we een nieuwe sociale zekerheid doorrekenen en vormgeven? En op welk adres in Den Haag kunnen we ons voorstel dan aanbieden? Rare vragen wellicht: maar waar is macht tot verandering gehuisvest? Ik betoog niet zo’n plek is aan te wijzen.
Progressieven zijn druk met arbeidsmarkt-ontwikkelingen en sociale zekerheid. De intensiteit van dat werk en denken lijkt te groeien. Maar waarom? Voor hen schrijf ik.

Gelijkheid in inkomens en vermogens was een halve eeuw geleden belangrijk, maar nu ontbreekt het gelijkheidsstreven van de sociaaldemocratie. Door globalisering en de machtsconcentratie bij Microsoft, Google, Apple, Amazon, e.d. lijken de grote oliemaatschappijen beginnelingen in het monopoliespel. Zijn we nog tegen economische concentraties?
Piketty c.s onderzochten de ongelijkheid, waardoor onze basiszekerheid afneemt. De vakbonden maken geen vuist meer, de economie fragmenteert in losse prestaties en diensten, de vaste baan en het vaste contract verdwijnt. Wilkinson en Pickett tonen aan dat de economische ongelijkheid negatief uitpakt voor iedereen.
Er gaat ook veel goed in de wereld, want de honger en de armoede zijn gedaald, het algemene welvaartspeil is gestegen. In hoeverre dat verbonden is met het uitwonen van de aarde en hoe dat te corrigeren, is nu onderwerp van verwoed debat.

Wat te doen?
Helpt het verminderen van CO-2 uitstoot tegen de opmerkelijke opwarming van de aarde? Kan het management van de verzorgingsstaat, denk aan Belastingdienst, UWV, SVB, etc., worden verbeterd door betere toerusting van ICT? Kan de krimp van de middenklasse en de groeiende ongelijkheid worden gekeerd met een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen?
Lees verder

Politieke psychologie en Frans Timmermans

 

Door: Tom van Doormaal

De Europese kiezer sprak, maar wat zei die? De geleerde experts spreken over verbrokkeling van het politieke landschap. Dat kon Vincent Bijlo ook wel zien. Maar waardoor komt die verbrokkeling dan? De politicus moet de vraag beantwoorden in wat voor wereld we eigenlijk leven. Dan komt het bestuurlijke probleem: hoe geven we de gewenste vorm aan die wereld..?

De welvaart is geschaad door de hebzucht in de financiële wereld die tot de crisis van 2008 leidde, maar links profiteert daar niet van. Het herstel van de economie verdrijft de frustratie over de immense verliezen door de crisis. Andere problemen, b.v. rond migratie, dienen zich aan. De problemen rond migratie doen zich voor in het westen, maar in de landen van het oude Oost-Europa, waar weinig migranten worden opgenomen, is het een bron van paniek.

Koppelen van deze verschijnselen aan de positie van Frans Timmermans, levert meer verrassingen op: nationaal lijkt de PvdA op te leven en de steun voor Frans lijkt groot. Dat valt op, omdat internationaal van een sociaaldemocratische revival toch moeilijk te spreken valt.

Internationaal was Timmermans populair in sommige landen, maar niet in Oost Europa, waar zijn democratische zendingsdrang het slecht deed. Wonderlijk is het compromis van de Europese achterkamers. Kan Ursula von der Leyen in de schaduw van Frans Timmermans de EU aanvoeren? Ik heb mijn twijfels.
Lees verder

Lodewijk Asscher en het basisinkomen

Door: Tom van Doormaal

Aantekeningen bij meningen

Sommige meningen zijn meer van belang dan andere. Aandacht voor die van Asscher is zinvol, omdat hij als minister geschiedenis heeft, maar ook omdat hij als aanvoerder van sociaaldemocratisch denken belangrijk is in de ontwikkeling van coalities voor praktische vernieuwing.
In een kamerdiscussie over onderzoek naar het basisinkomen, wees Minister Asscher op de programma doorrekening van het CPB voor de verkiezingen van 2017. De partij van Norbert Klein had het basisinkomen in het programma opgenomen, dus het CPB kon onder een vergelijking met de programma’s van andere partijen niet uit.

Deze doorrekening toonde voldoende aan dat het onvoorwaardelijk basisinkomen geen begaanbare weg was, meende de minister en de Tweede Kamer volgde hem daar in, met een grote meerderheid. Tot dusver is het de politieke reden om niets te onderzoeken. Dat valt te betreuren: wat het CPB deed was een programvergelijking, niet een diepgravende studie.

In zijn boek “Opstaan in het Lloyd Hotel” geeft Lodewijk Asscher zijn redenering over het basisinkomen. (p.184-185) Hij noemt het een “sympathieke gedachte, die in de praktijk onsympathiek kan uitpakken”. Ik volg zijn drie bezwaren.
Lees verder